Factcheck van ‘Stoppen met windmolens’ van Vermeend & van der Ploeg

Op 25 januari publiceerde de Telegraaf een artikel van Willem Vermeend en Rick van der Ploeg met de titel ‘Stoppen met windmolens‘. Hieronder een factcheck van 10 uitspraken uit het artikel.

1.    Vermeend en van der Ploeg suggereren dat het Europese klimaatbeleid is doorgeschoten en andere landen niet investeren in duurzame energie.

Feit: De landen met de grootste hoeveelheid duurzame energie waren eind 2012: 1) China, 2) Verenigde Staten, en 3) Duitsland. Bron: REN, ‘Renewables 2013: Global Status Report’

renewable energy countries 2012 REN

Conclusie: Duurzame energie is geen Europese hobby maar een wereldwijde trend.

Naschrift: [28 jan 2014] in sommige reacties op deze factcheck wordt erop gewezen dat in de grafiek hierboven het absolute windvermogen in een aantal landen staat. Vermeend en van der Ploeg stellen dat Nederland of Europa de enige zou zijn die inzet op windenergie (zie ook uitspraak 10 hieronder). Dat is hiermee weerlegd. Wie wil weten hoeveel windenergie er in verschillende landen staat per inwoner of per km2, zie aparte blog.

2.    Vermeend en van der Ploeg: ‘Zelfs Duitsland [..] heeft recent besloten de subsidiekraan [voor duurzame energie, JV] dicht te draaien omdat de kosten uit de hand zijn gelopen en er steeds meer twijfel is ontstaan over de effectiviteit.

Feit: Ook de nieuwe Duitse regering heeft in het regeerakkoord ambitieuze doelstellingen opgenomen voor duurzame energie. Afgelopen jaar was ongeveer 25% van de Duitse stroomproductie duurzaam. In 2025 moet dat 40-45% zijn en in 2035 maar liefst 55-60%.

Feit: Het Duitse subsidiesysteem wordt aangepast, maar van het stopzetten van de stimulering van duurzame energie is absoluut geen sprake. De nieuwe Duitse regering wil jaarlijks tot 2500 MW wind op land bijbouwen (meer dan de totale capaciteit in Nederland op dit moment). Bovendien moet er in 2020 6500 MW wind op zee staan en in 2030 15.000 MW. Bron voor beide feiten: Website van de Duitse regering ‘Kosten remmen, uitbouw zeker stellen’

Conclusie: Duitsland past het duurzame energiebeleid aan, maar de suggestie dat duurzame energie of windenergie in Duitsland niet meer gesteund zou worden slaat de plank ver mis.

3.    Vermeend en van der Ploeg: energie-intensieve bedrijven in de EU kunnen door de steeds hogere kosten om de CO2-uitstoot terug te dringen steeds moeilijker concurreren met bijvoorbeeld Amerikaanse ondernemers die het voordeel hebben van lage energieprijzen die fors zijn gedaald door de winning van schaliegas.

Feit: energie-intensieve bedrijven in Europa die concurreren op de wereldmarkt krijgen een groot deel van hun CO2-rechten gratis. Daarnaast hebben veel bedrijven door de economische crisis minder CO2 uitgestoten waardoor ze gratis CO2-rechten uit de vorige periode hebben overgehouden. Tot slot is de CO2-prijs in Europa door de crisis veel lager dan eerder verwacht werd. Bron: Europese Commissie over ‘Carbon Leakage’

Feit: in zowel Duitsland als Nederland  wordt de zware industrie verregaand vrijgesteld van financiële bijdrage aan duurzame energie. Grootverbruikers betalen daar nauwelijks voor. Grootverbruikers profiteren wel van de lagere stroomprijs op de groothandelsmarkt doordat de marginale kosten van wind- en zonne-energie vrijwel nul zijn als de installaties er eenmaal staan. Zie de figuur hieronder. Bron: Onderzoek van PWC naar de stroomprijs in Nederland en Duitsland in opdracht van het ministerie van Economische Zaken

stroomprijs grote grootverbruikers NL en D PWC 2013 year-ahead en spotmarkt

Feit: de gasprijs in Amerika is inderdaad door de grootschalige winning van schaliegas fors lager dan in Europa.

Conclusie:  de energie-intensieve industrie in Europa wordt inderdaad geconfronteerd met fors hogere energieprijzen dan in Amerika. De oorzaak daarvan ligt vooral in de grootschalige winning van schaliegas in de VS. Het Europese klimaatbeleid heeft er nauwelijks mee te maken en  de groei van duurzame energie levert de zware industrie feitelijk zelfs een kostenvoordeel op.

4.    Vermeend&vdPloeg: ‘Over de uitvoering, de effectiviteit en kosten van het Energieakkoord werd vorig jaar nauwelijks gesproken.’

Feit: Het Energieakkoord beschrijft in 146 pagina’s in aanzienlijk detail de maatregelen die zijn afgesproken. Direct na de ondertekening van het akkoord is door de betrokken partijen een lijst opgesteld met de acties die nodig zijn om de afspraken uit het Energieakkoord te realiseren.

Feit: Wie de kranten heeft gelezen weet dat de kosten een grote rol speelden tijdens de onderhandelingen over het Energieakkoord. Dat was een van de belangrijkste redenen om het doel van 16% duurzame energie te verplaatsen van 2020 (Regeerakkoord) naar 2023 (Energieakkoord).

Feit: het ECN (Energieonderzoek Centrum Nederland) en PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) hebben tijdens de onderhandelingen over het Energieakkoord steeds berekeningen gemaakt over de effectiviteit en kosten van de verschillende voorstellen. Bij de ondertekening van het Energieakkoord zijn de rapporten van ECN en PBL gepubliceerd. Op dat moment werd ook het rapport van het EIB (Economisch Instituut voor de Bouw) over de macro-economische doorwerking gepubliceerd.

Feit: het Energieakkoord is op het punt van duurzame energie deels een invulling van de afspraken uit het Regeerakkoord. De financiering van duurzame energie loopt via de zogenaamde SDE+-regeling. Bij de behandeling daarvan begin 2013 heeft minister Kamp de Tweede Kamer uitvoerig geïnformeerd over de kosten van duurzame energie. Zie mijn eerdere blog hierover.

Conclusie: de kosten en effectiviteit van de maatregelen waren nadrukkelijk onderwerp van gesprek tijdens de onderhandelingen over het Energieakkoord. Het Energieakkoord werd doorgerekend door 3 gerenommeerde instituten. Al in januari 2013 informeerde minister Kamp de Tweede Kamer over de kosten van de duurzame energiedoelstelling van 16% in het Regeerakkoord. Voor alle uitgaven door de overheid geldt overigens uiteraard dat ze pas gedaan kunnen worden na goedkeuring door het parlement en niet ‘simpelweg’ door afspraken in het Energieakkoord.

5.    Vermeend&vdPloeg: zelfs in ons land is zonne-energie de toekomst; door technologische ontwikkelingen neemt het rendement toe en ook de kosten worden lager.

Feit:  In het verleden waren velen (inclusief ikzelf) sceptisch over de door sommigen voorspelde razendsnelle kostendaling van zonne-energie. Maar de kosten van zonne-energie zijn de afgelopen jaren inderdaad spectaculair gedaald en de verwachting is dat die daling nog verder door zal zetten. Ook in Nederland is zonne-energie een aantrekkelijke vorm van duurzame energie. Op dit moment is stroom uit een zonnepaneel op het dak van een huis al goedkoper dan de stroom voor een huishouden uit het netwerk kost.

Feit: De totale bijdrage van zonne-energie zal in Nederland de komende jaren nog bescheiden blijven. volgens ECN kan zonne-energie in 2020 0,6% duurzame energie leveren. Volgens Greenpeace -toch meestal behoorlijk optimistisch over duurzame energie- is het mogelijk om met zonne-energie in 2020 1,4% van het Nederlandse energiegebruik te dekken.

Feit: Zonne-energie in Nederland is op dit moment niet of nauwelijks goedkoper dan wind op zee. Volgens ECN kost windenergie op land in Nederland op dit moment afhankelijk van de locatie 7-9 cent per kWh en grootschalige zonne-energie 15 cent per kWh. Volgens Natuur&Milieu kost zonnestroom uit een kleinschalige installatie op uw eigen huis 22,5 cent per kWh. Volgens dezelfde ECN studie kost wind op zee 16 cent per kWh.

Conclusie: Zonne-energie is in de komende periode hoogstwaarschijnlijk geen goedkoper alternatief voor wind op zee.

6.    Vermeend&vdPloeg: ‘Kamp heeft in de regeling wel een ontsnappingsclausule ingebouwd door te bepalen dat de windmolens de komende tien jaar geleidelijk aan 40 procent goedkoper moeten worden. Ook daalt de subsidie naarmate de stroomprijs daalt, maar daarvan is nog geen sprake.’

Feit: In de afgelopen jaren is het totale wereldwijde vermogen van zowel wind op land als zonne-energie de 100.000 MW gepasseerd. Beide duurzame energietechnologieën hebben een sterke kostendaling laten zien. Wereldwijd heeft de totale hoeveelheid wind op zee de 10.000 MW nog niet bereikt. Deze technologie is nog minder ver ontwikkeld en minder toegepast dan wind op land en zonne-energie. Het ligt voor de hand dat de kosten ook voor deze technologie verder omlaag gaan als het op grotere schaal wordt toegepast.

Feit:  Verlaging van de kostprijs van wind op zee is geen uniek Nederlands idee.  Een Engelse studie van de Crown Estate laat zien dat 39% kostenreductie mogelijk is in de periode 2011-2020). Een Duitse studie kwam uit op een mogelijke kostenreductie van 32-39% voor 2013-2023.

Conclusie:  De verlagen van de kosten van wind op zee is geen vrijblijvende afspraak of ontsnappingsclausule, maar harde voorwaarde. In het Energieakkoord is per jaar vastgelegd wat de maximale kostprijs van wind op zee mag zijn. Studies in andere landen laten vergelijkbare kostenreducties zien voor de komende tien jaar.

 7.    Vermeend&vdPloeg: ‘Bovendien zal verreweg het grootste deel van dit bedrag terecht komen bij buitenlandse fabrikanten van windmolens.’

Feit: Volgens Roland Berger is 25% van de totale kosten over de hele levensduur voor windparken op zee voor de windturbines (WTG=Wind Turbine Generator) die inderdaad op dit moment niet of nauwelijks in Nederland gemaakt worden. Bron: Roland Berger studie.

Feit: Bij veel van de andere onderdelen van windenergie op zee –zoals funderingen, installatie op zee en het leggen van kabels- hebben Nederlandse bedrijven internationaal een leidende positie. In 2010 haalden Nederlandse bedrijven al een omzet van meer dan 1 miljard euro uit wind op zeeprojecten in het buitenland. Bron: Sectoronderzoek AgentschapNL

Conclusie: de windturbines die op dit moment inderdaad in het buitenland gefabriceerd worden zijn verantwoordelijk voor 25% van de totale kosten. Bij veel van de andere onderdelen van windparken op zee hebben Nederlandse bedrijven internationaal een leidende positie.

 8.    Vermeend&vdPloeg: ‘Nog los van de andere nadelen die aan windenergie kleven, zoals horizonvervuiling’

Feit&conclusie: Het artikel gaat over wind op zee. Als windparken op zee buiten de zogenaamde 12-mijlszone gebouwd worden, zijn ze niet of nauwelijks zichtbaar. Dat is juist een van de grote voordelen van wind op zee in vergelijking met wind op land.

 9.    Vermeend&vdPloeg: ‘We zitten straks opgescheept met bijna duizend dure windmolens, terwijl elders in de wereld, gebruik wordt gemaakt van de modernste rendabele zonne-energie.’

Feit&conclusie: De landen met de grootste hoeveelheid windenergie eind 2012 waren: 1) China, 2) Verenigde Staten, 3) Duitsland, 4) Spanje en 5) India. Ook windenergie is geen Nederlandse of Europese hobby maar een wereldwijde trend. Bron: REN, ‘Renewables 2013: Global Status Report’

10. Vermeend&vdPloeg: ‘Daarnaast moeten ook betere alternatieven worden bezien zoals een stimulans voor een grootscheepse energiebesparing bij burgers en bedrijven. Elke euro die daaraan wordt uitgegeven heeft voor de groei van onze economie en werkgelegenheid een veel hoger rendement dan euro’ s die aan windparken worden besteed.’

Feit&conclusie: investeren in energiebesparing is inderdaad een kosteneffectief en onmisbaar onderdeel van een meer duurzaam energiesysteem. En maakt ons ook minder afhankelijkheid van (de import van) fossiele brandstoffen. Het mes snijdt bij energiebesparing aan twee kanten: het reduceert het energiegebruik en de kosten daarvan en tegelijkertijd is er minder duurzame energie nodig om de doelstelling van 14% te halen. Ook voor huishoudens of bedrijven is dit een uitstekende manier om de rekening van duurzame energie te beperken. Door energiebesparing gaat uw energierekening omlaag en tegelijk zijn er minder windparken nodig om het doel te halen.

Advertenties