Gebakken lucht?

Op 1 december publiceerde de Telegraaf een artikel onder de titel ‘Windpark op zee gebakken lucht’ (de volledige versie is voor €0,20 te lezen op Blendle). Kort samengevat komt het erop neer dat windparken op zee geen CO2-reductie opleveren omdat warmte-krachtinstallaties (WKK) minder draaien. Dat klinkt onlogisch, want wat hebben de WKK-installaties te maken met windenergie? Daarom een snelle factcheck van een aantal uitspraken in het artikel. Ofwel: waarom de echte gebakken lucht in dit verhaal het artikel in de Telegraaf is.

“In deze [WKK] installaties verdwijnt de warmte die vrijkomt niet, zoals in andere centrales, maar wordt nuttig gebruikt.”

Dat klopt. In warmte-krachtinstallaties wordt een groot deel van de warmte die vrijkomt bij de elektriciteitsproductie nuttig gebruikt, bijvoorbeeld als stoom in een industrieel proces of om een glastuinbouwkas te verwarmen. Dat kan (afhankelijk van het rendement) een aanzienlijke besparing opleveren vergeleken met het apart produceren van elektriciteit in een centrale en warmte in een ketel, zoals hieronder geïllustreerd is.

werking-wkk

“De miljarden kostende windparken op zee, die moeten worden aangelegd vanwege het vorig jaar gesloten Energieakkoord, leveren ons land geen enkel CO2-voordeel op.”

De CO2-uitstoot van windenergie over de hele levenscyclus is veel lager dan van fossiele elektriciteitsproductie, zoals de grafiek hieronder laat zien. De grafiek komt uit rapport van IPCC over duurzame energie. Dat windenergie geen CO2 reductie levert is onzin.

IPCC RES CO2 life cycle emissions summary

Een andere discussie is hoe de CO2-reductie van windenergie doorwerkt in het Europese systeem van CO2-handel of teniet gedaan wordt door het ‘waterbed-effect’. Daar lijkt het in dit artikel niet over te gaan, dus volsta ik hier met een verwijzing naar de analyse van het TKI Wind op Zee daarover. Heel kort samengevat: natuurlijk is de CO2-uitstoot van windenergie lager dan van fossiele elektriciteitsproductie, de vraag is wel of het Europese systeem van CO2-handel goed werkt. Dat is geen specifiek probleem van windenergie, maar van alle vormen van duurzame energie en besparing op elektriciteit.

“Dat komt doordat op het laatste moment van de onderhandelingen de efficiënte warmtekrachtkoppelinginstallaties (WKK) uit de overeenkomst zijn geschrapt. Het gevolg hiervan is dat de CO2-besparing, die de windparken op zee moeten opleveren, geheel teniet wordt gedaan.”

Aha, het gaat er dus niet om dat windparken geen CO2-besparing opleveren, maar dat deze teniet gedaan zou worden door wat er bij WKKs gebeurt. Dat betekent in ieder geval dat de kop van de artikelen (‘windpark op zee gebakken lucht’ en ‘peperduur windpark zinloos’) die enthousiast werden overgenomen door andere media, de lading helemaal niet dekt. Volgens het artikel is er wel een CO2-besparing door windenergie, maar wordt die teniet gedaan doordat een toename van de CO2-uitstoot als WKK-installaties minder draaien.

“Binnen een paar jaar zal het gebruik van WKK halveren of zelfs met 80 procent afnemen”, zegt directeur Kees den Blanken van de Cogen, belangenvereniging WKK.” en “Door de hoge gasprijs is de warmtekrachtkoppeling niet rendabel.”

WKK heeft het inderdaad zwaar in de huidige energiemarkt. In de Nationale Energieverkenning 2014 van ECN, PBL, CBS en RVO is de situatie van WKK helder in kaart gebracht. Daarin lezen we “De wkk-installaties in de industrie staan onder druk door de ongunstige verhouding van gas- en elektriciteitsprijs”. En over de positie van WKK en gascentrales “Hier speelt een combinatie van factoren een rol: een relatief lage prijs voor
kolen ten opzichte van aardgas, een lage prijs van CO2-emissierechten, een hoge productiecapaciteit in Nederland en lage elektriciteitsprijzen in Duitsland. De verwachte sluiting van vijf oude kolencentrales in 2016-2017 brengt geen wezenlijke verandering in de marktsituatie, doordat nieuwe kolencentrales in bedrijf zullen komen en de capaciteit van elektriciteitsverbindingen met het buitenland wordt uitgebreid.”. Kortom: de problematische situatie van WKK wordt vooral veroorzaakt door de situatie op de energiemarkt en niet door de toekomstige investeringen in windenergie in Nederland. Maar het is natuurlijk altijd leuker om windmolens de schuld te geven…

In het artikel zijn twee ontwikkelingen bij elkaar gebracht (windenergie op zee en WKK) die feitelijk weinig met elkaar te maken hebben. Zoals iemand op twitter zei, is de logica van het niveau ‘het heeft geen zin om te diëten want je buurman eet toch wel een pak gevulde koeken’.

Maar is het misschien toch een goed idee om WKK te stimuleren in plaats van windenergie op zee? “Door de hoge gasprijs is de warmtekrachtkoppeling niet rendabel. „We denken dat we in vijftien jaar ongeveer 2 tot 4 miljard nodig hebben om ze overeind te houden. Dat is slechts een vijfde van de kosten van windparken op zee”, zegt Den Blanken.”

Om die vraag te beantwoorden moeten we even goed kijken wat we willen bereiken. Enerzijds willen we de CO2-uitstoot terugbrengen om klimaatverandering binnen de perken te houden. WKK en gascentrales hebben een veel lagere CO2-uitstoot dan kolencentrales en kunnen daarom een forse bijdrage leveren aan CO2-reductie, vooral op de korte en middellange termijn. Het belangrijkste beleidsinstrument om dat te bereiken is de Europese CO2-handel (ETS). Door CO2 een prijs te geven, moet de vervuiler betalen en hebben stroomproducenten met een lagere CO2-uitstoot zoals WKK en gascentrales een voordeel. De afgelopen jaren is de CO2-prijs zeer laag (rond de €5 per ton CO2). De beste mogelijkheid om WKKs te steunen zou een hogere CO2-prijs zijn. [Overigens vallen veel WKKs in de glastuinbouw niet onder ETS zoals Ferdi van Elswijk terecht opmerkte. Indirect profiteren ook deze WKKs van een hogere CO2-prijs, zie hieronder in de reacties]

Windenergie kan ook een belangrijke bijdrage leveren aan terugbrengen van de uitstoot van CO2. Maar daarnaast zorgt het voor meer hernieuwbare energie. Op dit moment dekken we in Nederland 4% van ons energiegebruik met duurzame energie. Dat aandeel willen we graag vergroten. Daar zijn verschillende redenen voor: de voorraden fossiele brandstoffen zijn gigantisch maar eindig (denk maar aan onze
eigen gasvoorraad in Groningen), we willen minder afhankelijk zijn van import uit instabiele regio’s (Rusland, Midden-Oosten), wel willen schonere lucht en natuurlijk het verminderen van de CO2-uitstoot. Er zijn dus meer redenen om duurzame energie te ontwikkelen dan alleen klimaatverandering.

Daarom hebben we een aparte doelstelling voor duurzame energie. Nederland heeft als doelstelling om in 2020 het aandeel duurzame energie te verhogen van de magere 4% nu naar 14%. Dat doel staat in het Energieakkoord, maar al veel eerder spraken we dat in Europa af. Een belangrijke vraag in het Energieakkoord was hoe we dat doel van 14% moeten halen. Er ingezet op sterke groei van alle duurzame energiebronnen waaronder zon, biomassa en aardwarmte. Windenergie moet de grootste bijdrage gaan leveren, wat niet zo gek is in een land waar het zoveel waait. WKK speelt bij het vergroten van het aandeel duurzame energie geen rol omdat deze installaties over het algemeen draaien op aardgas. Een uitzondering zijn WKKs die draaien op biogas, die leveren duurzame energie en komen daarom ook in aanmerking voor de SDE+ subsidieregeling.

Kortom, WKK kan een belangrijke bijdrage leveren aan CO2-reductie en het zou goed zijn als dat wordt gestimuleerd met een hogere CO2-prijs. Voor een groter aandeel duurzame energie kunnen we in Nederland niet om windenergie heen.

Advertenties

Steeg de stroomprijs voor Duitse industrie afgelopen 4 jaar met 30%?

Korte antwoord: ik dacht het niet

De Financial Times schreef een zeer kritisch artikel over de Duitse ‘Energiewende’ onder de titel ‘The growing absurdity of German energy policy’ (artikel gratis te lezen als u zich registreert).  Ik ga geen factcheck doen van het hele artikel, maar wil wel ingaan op een opvallende stelling in het artikel. De Financial Times (hierna: FT) schrijft namelijk dat de stroomprijs voor de Duitse industrie de afgelopen 4 jaar met meer dan 30% is gestegen en dat dit een zware last is voor de concurrentiepositie.

image

Ik heb altijd begrepen dat de manier waarop duurzame energie in Duitsland gefinancierd wordt leidt tot een hogere stroomprijs voor kleinverbruikers (huishoudens en MKB), maar tegelijk de stroomprijs voor industriële grootverbruikers verlaagt. Ook in het Nederlandse publieke debat bestaan hardnekkige misverstanden over het effect van duurzame energie op de energieprijzen van grootverbruikers (bijvoorbeeld in de stukken van Willem Vermeend en Rick van der Ploeg of bij de inbreng van de PVV in het debat over Aldel), dus meer dan de moeite waard om de stelling van FT aan een factcheck te onderwerpen. Het klinkt ook zo lekker logisch: duurzame energie is (meestal) nog duurder dan conventioneel, daardoor wordt de stroomprijs hoger en daardoor komen industriële grootgebruikers van de stroom in de problemen.

Goedkope stroom uit Duitsland

Misschien eerst een bewijs uit het ongerijmde. De aluminiumsmelter Aldel in Delfzijl ging failliet. In november 2014 werd aangekondigd dat Aldel weer opengaat en dat dit mogelijk is doordat er een directe stroomkabel naar Duitsland wordt aangelegd. Daarmee zou het mogelijk worden goedkopere stroom in te kopen bij onze Oosterburen. Nu kunnen we veilig stellen dat de afgelopen jaren in Nederland geen Energiewende heeft plaatsgevonden terwijl die in Duitsland wel gaande is. Als de Energiewende zou leiden tot hogere stroomprijzen voor de Duitse industrie, dan zou ik niet verwachten dat Nederlandse industrie een kabel gaat leggen naar Duitsland om daar goedkopere stroom in te kopen…

Stroomprijzen en stroomprijzen

Vaststellen hoe de stroomprijs zich heeft ontwikkeld is niet eenvoudig. Er is namelijk niet één stroomprijs, maar een groot aantal verschillende “stroomprijzen”. De stroomprijs die u en ik thuis betalen is bijvoorbeeld aanzienlijk hoger dan wat een grootgebruiker per kilowattuur betaalt. Volgens een recente studie van PWC voor het ministerie van Economische Zaken betaalt een gemiddeld huishouden in Nederland 20 cent per kilowattuur (kWh), terwijl de grootste grootverbruikers minder dan 7 cent per kWh betalen. De prijzen voor huishoudens worden gepubliceerd, terwijl de prijzen van grootverbruikers per contract verschillen en over het algemeen (logischerwijs) niet openbaar zijn. De stroomprijs is soms afhankelijk van het tijdstip, van het moment waarop die gekocht wordt (bijvoorbeeld een jaar van tevoren of een dag vantevoren), etc. etc. De onderstaande grafiek laat zien de gemiddelde stroomprijs in 5 Noordwest-Europese landen zien voor verschillende groepen gebruikers. Zoals u ziet zegt de stroomprijs die we thuis betalen (links) weinig over de prijs die de zware industrie (rechts) betaalt.

stroomprijs afhankelijk van gebruikspatroon PWC 2014

De vraag hoe dé stroomprijs zich ontwikkeld heeft is dan ook niet eenvoudig te beantwoorden. Er zijn zoveel verschillen dat u ook een bepaalde prijs of gegevensbron kunt kiezen als u een bepaalde stelling wilt bewijzen of juist ontkrachten. Ik heb me dus nogal iets op de hals gehaald met deze factcheck. Gelukkig is er een aantal goede studies die helpen om het een beetje overzichtelijk te maken. Ik verwijs zoveel mogelijk naar de originele bronnen zodat u ook uw eigen oordeel kunt vormen.

Wat wel waar is: stroomprijs Duitse kleingebruikers sterk gestegen

De stroomprijs voor Duitse huishoudens is de afgelopen jaren sterk gestegen zoals onderstaande grafiek uit het rapport Energietrends 2014 (van ECN, Energie Nederland en Netbeheer Nederland) laat zien. Als u wilt, zou u hier kunnen stoppen met lezen: de Duitse stroomprijs is gestegen, stelling bewezen.

image

De volgende vraag is of de stijging ook komt door de Energiewende zoals FT stelt. We kijken in de stroomprijsanalyse van BDEW (de Duitse branchorganisatie voor energiebedrijven) voor de opbouw van de stroomprijs voor huishoudens.

image

De gemiddelde stroomprijs voor Duitse huishoudens is tussen 2010 en 2014 met 23% gestegen en het grootste deel van die stijging komt voor rekening van de EEG-bijdrage waarmee duurzame energieprojecten in Duitsland betaald worden (de lichtgroene balkjes in de grafiek). Merk overigens op dat de stijging van de stroomprijs vóór 2010 voor het grootste deel door andere factoren werd veroorzaakt. De prijs die huishoudens betalen voor levering, transport en handel is de afgelopen 4 jaar niet gedaald (onderste blauwe balkjes). Daar is in Duitsland wel het een en ander over te doen omdat de stroomprijs op de groothandel wel gedaald is.

De stroomprijs voor ‘de industrie’ is ook flink gestegen

De cijfers van BDEW laten zien dat ook de stroomprijs voor de Duitse ‘industrie’ de laatste jaren flink is gestegen. Tussen 2010 en 2014 met 27%.

image

Zoals u kunt zien is deze prijsstijging het gevolg van de sterk toegenomen EEG-heffing voor duurzame energie. Opvallend genoeg zien we dat de prijs voor levering, transport en handel hier wel substantieel gedaald is. Dat komt voor een aanzienlijk deel door duurzame energie, daarover later meer.

U zou opnieuw kunnen stoppen met lezen: de stroomprijs van de Duitse industrie is de afgelopen 4 jaar met bijna 30% gestegen en dat komt door de heffing voor duurzame energie.

Wat verstaan we onder ‘ stroomprijs voor de industrie’?

De cruciale vraag is wat we bedoelen als we het hebben over ‘de industrie’ (zoals @Frits_E terecht stelde op twitter). Soms bedoelen we daarmee eigenlijk het hele bedrijfsleven. Maar zoals in Energietrends 2014  goed staat uitgelegd, bestaat er niet een stroomprijs voor ‘het bedrijfsleven’, de prijs verschilt sterk afhankelijk van het stroomgebruik van het bedrijf en de inkoopstrategie.

image

Als ik in FT lees over de stroomprijs voor industriële klanten in relatie tot hun internationale concurrentiepositie, dan denk ik aan industriële grootverbruikers van stroom zoals aluminiumsmelters of grote chemische bedrijven. Dat zijn de bedrijven voor wie enerzijds de energiekosten een groot deel uitmaken van de totale productiekosten (zie bijvoorbeeld dit artikel in Renewables International) en die anderzijds vaak concurreren op een internationale markt. Voor deze bedrijven kan de stroomprijs het verschil maken of ze de internationale concurrentie overleven. Dat is anders voor de bakker op de hoek (die niet internationaal concurreert) of een fabrikant van geavanceerde machines (voor wie de energiekosten een veel kleiner deel uitmaken van de totale kosten). Ook voor deze bedrijven is de stroomprijs belangrijk. Maar alleen voor industriële grootverbruikers kan de stroomprijs soms echt het verschil maken tussen overleven of niet.

In de opbouw van EEG-heffing voor duurzame energie is sterk rekening gehouden met de positie van de zware industrie. Hoe hoger het stroomgebruik van een bedrijf, hoe lager de EEG-heffing per kWh is. Dat is hieronder goed zichtbaar in de groene lijn in de grafiek van BDEW hieronder. Bij een stroomgebruik van 50 GigaWattuur (GWh) per jaar, is de EEG-heffing per kWh nog maar 0,05 cent terwijl die voor huishoudens ruim 6 cent is.

image

Stroomprijs voor grootverbruikers (70-150 GWh) volgens BDEW 

In de grafiek van BDEW met de stroomprijs voor de industrie die we hierboven bekeken staat dat het gaat om bedrijven met een stroomgebruik tussen de 160 en 20.000 MegaWattuur (MWh) per jaar. Dat is veel (gelijk aan het gebruik van 50 tot 5000 huishoudens), maar weinig vergeleken met de echte grootverbruikers.

In de analyse van BDEW staat een aparte grafiek voor de stroomprijs voor bedrijven met een stroomprijs van 70 tot 150 GigaWattuur per jaar (dat komt overeen met het gebruik van 20.000 tot 40.000 huishoudens). De gemiddelde stroomprijs voor deze grootverbruikers is aanzienlijk lager (ruim 10 cent per kWh in 2013 volgens BDEW). De opmerkingen bij de grafiek maken duidelijk dat de post ‘belastingen en heffingen’ (de paarse staafjes in de grafiek) niet eenduidig is vast te stellen en van bedrijf tot bedrijf aanzienlijk kan verschillen. De gemiddelde stroomprijs voor de groep grootverbruikers steeg volgens de BDEW cijfers met 18% tussen 2010 en 2013 van 8,6 cent per kWh naar 10,2 cent/kWh.

image

BDEW laat ook zien wat de variatie is in de stroomprijs voor grootverbruikers afhankelijk van de mate waarin ze vrijstelling krijgen van belastingen en heffingen. De grafiek laat hieronder voor 2013 en 2014 zien wat de stroomprijs voor grootverbruikers is bij maximale vrijstelling (blauwe balk links) en wat deze zou zijn zonder enige vrijstelling (rechterbalk). volgens BDEW was de laagst mogelijke stroomprijs voor grootverbruikers in 2013 tussen de 4,63 en 5,13 ct/kWh en daalde deze in 2014 naar 4,14-4,64 ct/kWh.

BDEW bandbreedte Duitse stroomprijs grootverbruikers

Als u zover bent gekomen in deze blog, dan wilt u vast weten hoe het afloopt…

Kleine grootverbruikers en grote grootverbruikers

PWC maakte recent voor het Nederlandse ministerie van Economische Zaken een uitgebreid overzicht van de stroomprijzen voor verschillende groepen in Nederland en de omliggende landen, waaronder Duitsland. In die studie onderscheidt PWC een groep ‘kleine grootverbuikers’ waarvoor een gemiddeld stroomgebruik van 100 GWh per jaar wordt gehanteerd. Daarnaast heeft PWC gekeken naar een groep ‘grote grootverbruikers’ met een typisch elektriciteitsgebruik van 2500 GWh per jaar. PWC stelt vast dat beide groepen in Duitsland grotendeels zijn vrijgesteld van belastingen en heffingen en komt op een gemiddelde stroomprijs van 6,0 ct/kWh voor ‘kleine grootverbruikers’ en 5,9 ct/kWh voor ‘grote grootverbruikers’. PWC rapporteert dus (logischerwijs) een hogere gemiddelde stroomprijs voor grootverbruikers dan de laagst mogelijke stroomprijs uit het overzicht van BDEW. De grafiek uit het PWC rapport laat zien dat de Duitse stroomprijs  voor grootverbruikers de laagste is van de 5 landen die onderzocht werden.

image

De ontwikkeling van de stroomprijs voor grootverbruikers tussen 2010 en 2014

PWC analyseerde ook de ontwikkeling van de stroomprijs voor Duitse grootverbruikers tussen 2010 en 2014. Zoals de grafiek hieronder laat zien is de ‘commodity prijs’ (de prijs voor de levering van stroom) in die periode sterk gedaald. De belastingen en heffingen zijn voor deze groep erg laag en tussen 2010 en 2014 min of meer gelijk gebleven. De door PWC ingeschatte gemiddelde stroomprijs voor grote grootverbruikers is in de afgelopen 4 jaar met 19% gedaald en niet gestegen met 30% zoals FT schrijft.

image

Verder hebben we gezien dat Duitse grootverbruikers per kWh nauwelijks belastingen&heffingen betalen. De Duitse grootverbruikers betalen dus geen hogere stroomprijs door de Energiewende. Sterker nog, ze profiteren van de daling van de ‘commodity prijs’ door de grote hoeveelheid (gesubsidieerde) wind- en zonne-energie in Duitsland (over dat effect in een volgende blog meer).

Conclusie

Als de stelling van FT in algemene zin ging over de stroomprijs die Duitse bedrijven betalen, dan klopt het dat die de afgelopen jaren flink gestegen is. Als de stelling ging over de zware industrie (en dat lijkt het geval gezien de verwijzing naar het effect van de stroomprijs op de internationale concurrentiepositie), dan is het onzin. De stroomprijs voor grootverbruikers is in Duitsland in de afgelopen 4 jaar niet gestegen, maar juist gedaald.

REACTIES van harte welkom

Zoals ik al schreef is dit een complex onderwerp. Ik heb mijn best gedaan een gebalanceerd overzicht te geven, maar dat is ongetwijfeld voor verbetering vatbaar. Ik hou me daarom van harte aanbevolen voor suggesties.

Factcheck van Elsevier-artikel “Hoe de windillusie u misleidt”

In Elsevier van 14 juni staat  een kritisch stuk van Syp Wynia over windenergie onder de titel ‘Hoe de windillusie u misleidt’ (€0,29 bij Blendle). Dat klinkt niet best, dus hoog tijd voor een factcheck. Ik kon eerlijk gezegd de illusie noch de misleiding vinden.

1. De Amerikaanse politicus Al Gore bracht de leiders van de Europese Unie eind 2006 het hoofd op hol met zijn klimatologische armageddon. [..] Zo kwamen we aan de ambitieuze klimaatdoelstellingen die in die dagen in Brussel werden vastgesteld.

Klimaatbeleid dateert niet van 2006 en werd niet uitgevonden door Al Gore. Al in 1992 werd het internationale klimaatverdrag gesloten. Niet omdat Al Gore zei dat dat moest, maar omdat duidelijk was dat klimaatverandering tot flinke problemen kan leiden. Belangrijkste doelstelling van het klimaatverdrag is ‘”het stabiliseren van de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer op een zodanig niveau, dat een gevaarlijke menselijke invloed op het klimaat wordt voorkomen”’. Het verdrag is geratificeerd door 192 landen.

In 2007 stelde Europa de doelstellingen voor 2020 vast voor CO2-uitstoot, energiebesparing en duurzame energie. Deze doelstellingen werden wellicht in Brussel vastgesteld, maar dat gebeurde in onderhandeling tussen de Europese landen. Nederland zegde toe dat in ons land in 2020 14% van ons energiegebruik duurzaam zal zijn. Dat is een relatief laag percentage vergeleken met de rest van Europa, wat recht doet aan onze omstandigheden (dichtbevolkt land, weinig waterkracht door gebrek aan bergen en weinig eigen biomassa door gebrek aan uitgestrekte bossen). Hieronder een grafiek met de duurzame energiedoelstelling voor de Europese landen.

2020 targets renewable energy EU-27 countries Nederland met pijltje

Overigens investeert niet alleen Europa in duurzame energie. China en de Verenigde Staten zijn de landen met de grootste duurzame stroomproductie in de wereld.

2. Diederik Samsom van de PvdA kreeg [in het Regeerakkoord van 2012] voor zijn medewerking hogere en genivelleerde belastingen. Plus, minder opgemerkt, een ambitieuze klimaatagenda.

Het Regeerakkoord bevat geen ambitieuze klimaatagenda. Het zegt dat Nederland inzet op een ambitieus internationaal klimaatbeleid. Op dit punt bevat het Regeerakkoord geen concrete acties. Het Regeerakkoord heeft wel een concrete doelstelling voor duurzame energie: 16% van het totale Nederlandse energiegebruik moet in 2020 duurzaam zijn. In 2012 was dat 4%.

Nu zult u zeggen: ambitieuze klimaatagenda of ambitieuze duurzame energie-agenda, wat is het verschil? Meestal zou ik daar in een algemeen stuk niet direct over vallen, want duurzame energie helpt ook om klimaatverandering binnen de perken te houden. Maar verderop in zijn stuk neemt Wynia ons –terecht- de maat over het verschil tussen energie en elektriciteit (zie punt 5). Dan mogen we van hem ook de nodige precisie verwachten als het gaat om het verschil tussen klimaatbeleid en duurzame energiebeleid:

  • Klimaatbeleid: reduceren van de uitstoot van broeikasgassen (waaronder CO2, methaan, lachgas en een aantal fluorverbindingen) om klimaatverandering binnen de perken te houden. Dit is te bereiken met onder andere energiebesparing, duurzame energie, CO2-opslag, kernenergie.
  • Duurzame energiebeleid: verhogen van het gebruik van duurzame energiebronnen (zoals zon, wind, waterkracht, biomassa, aardwarmte). Duurzame energie leidt tot lagere uitstoot van broeikasgassen, maar verkleint ook de afhankelijkheid van de import van fossiele brandstoffen (denk aan gas uit Rusland).

Bij het beoordelen van de doelstelling voor duurzame energie is het interessant te weten wat het verkiezingsprogramma van de VVD in 2012 zei over duurzame energie: “De VVD streeft ernaar dat in 2020 14% van de energie duurzaam is”. Niet zoveel lager dan wat er in het Regeerakkoord staat dus. En zoals we hieronder zullen zien precies het doel dat in het Energieakkoord terecht gekomen is.

3. Dat Energieakkoord mocht wat kosten: 18 miljard euro in tien jaar, voornamelijk te besteden aan honderden extra windmolens, te land en ter zee.

Het Energieakkoord verengen tot windenergie is op zijn minst een beetje flauw. Het akkoord bevat 10 pijlers gericht op onder andere energiebesparing, kolencentrales, kleinschalige duurzame energie en CO2-handel. In het Energieakkoord is de doelstelling van 16% duurzame energie uitgesteld tot 2023 en voor 2020 de doelstelling van 14% terug gehaald.

Om deze doelstellingen te halen wordt ingezet op feitelijk alle vormen van duurzame energie die in Nederland voorhanden zijn: wind, zon, aardwarmte, biomassa. Deze tabel van PBL laat zien hoe de groei verdeeld is over deze duurzame energiebronnen.

Image

Het bedrag van 18 miljard euro waar Wynia naar refereert wordt niet in 10 jaar uitgegeven, maar in de periode 2013-2038, dat wil zeggen in 25 jaar. Duurzame energieprojecten ontvangen subsidie voor een periode van 15 jaar. De laatste projecten uit het Energieakkoord moeten in 2023 gaan draaien en krijgen dan tot 2038 subsidie.

4. Over de extra kosten per huishouden wordt nog geruzied, maar vaststaat dat het minstens honderen euro’s per jaar zijn – volgens sommigen meer dan 1.000 euro. In het ergste geval is een werknemer met een minimumloon per jaar een groot deel van een nettomaandsalaris kwijt aan het Energieakkoord.

Ik heb geen enkele serieuze berekening gezien die zegt dat een huishouden 1000 euro per jaar kwijt zou zijn aan het Energieakkoord. Het getal werd genoemd door de ‘groene rekenkamer’ in een rapport dat ik eerder aanduidde als ‘brandhout’ en dat doe ik niet snel. Minister Kamp reageerde in antwoord op kamervragen al meer dan eens op deze spookverhalen.

5. Berichten waarin wordt beweerd dat de windmolens ‘de energie’ voor duizenden of honderdduizenden huishoudens gaan leveren, zijn het meest misleidend. [..] Van die energieconsumptie door huishoudens bestaat slechts een kwart uit stroomconsumptie in en om het huis.

Wynia heeft gelijk dat het misleidend is om te zeggen dat windmolens het energiegebruik van bepaald aantal huishoudens leveren als er een vergelijking wordt gemaakt op basis van het stroomgebruik. Huishoudens verbruiken namelijk ook gas en brandstof voor hun auto. Maar wie maakt zich dan schuldig aan deze misleidende vergelijking? Eens even googelen (meest concrete hits bij zoekopdracht ‘windmolens huishoudens’):

  • Windenergie Energie Associatie NWEA zegt dat een moderne windturbine van 3 MW genoeg stroom levert voor bijna 2000 huishoudens.
  • Essent zegt dat twee nieuwe ‘superwindmolens’ van 6,15 MW in de Eemshaven genoeg groene stroom leveren voor 10.000 huishoudens.
  • Windgroep Goeree-Overflakkee heeft het over een klein windpark van 9 MW dat elektriciteit kan leveren voor 5400 huishoudens.
  • Het artikel op wikipedia over windturbines in Flevoland stelt dat het windpark Zuidlob van 122 MW stroom kan leveren voor 90.000 huishoudens. Nuon meldt over hetzelfde park op haar website dat het 88.000 huishoudens van duurzame stroom kan voorzien.
  • Het Eneco windpark in Delfzijl gaat groene stroom leveren voor 60.000 huishoudens
  • Ook op de website van de Rijksoverheid voorzien windparken huishoudens van stroom of elektriciteit

Het lijkt dus erg mee te vallen met de berichten waarin wordt beweerd dat windmolens de ‘energie’ kunnen leveren van een bepaald aantal huishoudens. Het zal ongetwijfeld wel eens misgaan, maar het gebeurt zeker niet structureel.

De volgende vraag is of het misleidend is om de stroomproductie van windmolens uit te drukken in een aantal huishoudens. Is dat misleidend omdat huishoudens maar een kwart van de elektriciteit in Nederland gebruiken? Ik denk dat het vooral een poging is om een grote hoeveelheid stroom enigszins voorstelbaar te maken. Weet u wat het betekent als een windmolen 6,6 GWh per jaar produceert, of 6,6 miljoen kWh? Of is het beter te begrijpen als we zeggen dat het evenveel stroom is als 2000 huishoudens in een jaar gebruiken?

Niet alleen de stroomproductie van windmolens wordt uitgedrukt in een aantal huishoudens. De nieuwe kolencentrale van Essent in de Eemshaven kan 2,5 miljoen huishoudens van stroom voorzien. De kerncentrale in Borssele kan volgens dagblad Trouw ongeveer 1 miljoen huishoudens van stroom voorzien. En de maximale stroomproductie van de gascentrale Enecogen van Eneco en DONG Energy komt overeen met het elektriciteitsverbruik van 1,4 miljoen huishoudens, terwijl de Hemweg 9 centrale van Nuon 750.000 huishoudens van stroom kan voorzien.

Ook de capaciteit van gasopslagen zoals die van Eneco of TAQA Energy wordt uitgedrukt in het aantal huishoudens dat er paar jaar mee van gas voorzien kan worden. De gasproductie van GDF Suez in Nederland is goed voor de jaarlijkse gasvoorziening van ongeveer 4 miljoen huishoudens. Terwijl ook gas niet alleen door huishoudens gebruikt wordt.

Het valt in mijn ogen wel mee met die misleiding. En als u het misleiding vindt, dan doen we dat in commissie bij vele vormen van energieproductie en zeker niet alleen bij windenergie.

6. Zelfs als al die geplande, zwaar gesubsidieerde windmolens permanent zouden draaien -wat ze niet doen: veel te vaak waait het niet of juist te hard- dan zouden er nog minstens driemaal zo veel moeten komen om alleen al alle huishoudens van stroom te voorzien.

Fout.

De windmolens die er komen op land (6000 MW) en op zee (4450 MW) produceren volgens het PBL in 2023 in het totaal 123 petajoule elektriciteit per jaar (zie de tabel hieronder). Volgens het CBS gebruikten alle huishoudens in Nederland in 2013 samen 91 petajoule aan elektriciteit. De geplande windmolens produceren dus juist 1,4 maal zoveel stroom als alle huishoudens samen gebruiken.

Image

7. Maar alle bedrijven -verreweg de grootste verbruikers- zouden hun stroom dan van kolen- of gascentrales moeten betrekken. Of van Franse kerncentrales.

In vervolg op punt 6. is ook dit niet correct. In 2023 is de totale duurzame elektriciteitsproductie zo groot dat 40-45% van alle elektriciteit in Nederland uit duurzame bronnen wordt opgewekt. Dit komt niet alleen uit windenergie, maar ook uit biomassa en zonne-energie. Huishoudens gebruiken ongeveer 25% van de stroom in Nederland, dus ook een aanzienlijk deel van het stroomgebruik van bedrijven kan tegen die tijd gedekt worden met duurzame energie.

Dit betekent uiteraard dat in 2023 nog 55-60% van de Nederlandse elektriciteit uit conventionele bronnen zal komen. En 84% van het totale energiegebruik. Ik geloof niet dat iemand dat ooit ontkent heeft, dus dit kan de illusie niet zijn waar de titel van het artikel op wijst.

8. De gewone elektriciteitscentrales moeten trouwens toch al altijd draaien omdat we het begrijpelijkerwijs niet acceptabel vinden als de stroom uitvalt wanneer het even niet waait.

De suggestie dat alle elektriciteitscentrales altijd moeten draaien getuigt van weinig inzicht in de elektriciteitsproductie. Iets vergelijkbaars wordt regelmatig geroepen, dus staat u mij toe dat ik hier wat meer woorden aan vuil maak.

Iedere partij met een aansluiting op het landelijke elektriciteitsnet moet elke dag aangeven hoeveel stroom hij de volgende dag uit het net gaat afnemen (bijvoorbeeld om aan klanten te leveren) en waar hij deze stroom vandaan gaat halen. Of andersom: een producent moet aangeven hoeveel stroom hij denkt te gaan leveren en wie die stroom gaat afnemen. Als er een verschil is tussen de geplande hoeveelheden en de daadwerkelijke hoeveelheden (‘onbalans’), dan heeft dat financiële consequenties voor de programmaverantwoordelijke.

TenneT zorgt als beheerder voor balans op het hoogspanningsnetwerk. Daarvoor heeft ze contracten gesloten voor de levering van regel- en reservevermogen, bijvoorbeeld centrales die extra stroom kunnen leveren als dat  nodig is. De kosten hiervan worden in rekening gebracht bij de partij die de onbalans veroorzaakt. Daarnaast heeft TenneT de beschikking over noodvermogen voor crisissituaties. Er wordt geen specifiek vermogen gereserveerd voor windenergie. Er is regel-, reserve- en noodvermogen beschikbaar voor alle verschillende oorzaken van onbalans, niet specifiek voor windenergie. Er kan meer stroomvraag zijn dan verwacht (bijvoorbeeld als het kouder is), er kan een conventionele centrale uitvallen of een kabel met het buitenland beschadigd raakt (zoals de kabel met Noorwegen tijdens de storm in oktober 2013). Dit vermogen is beschikbaar, maar wordt alleen ingezet als het nodig is.

Het is dus van groot belang een zo goed mogelijke voorspelling te hebben van de hoeveelheid stroom die een windpark de volgende dag kan produceren. De onderstaande grafiek van het onvolprezen Fraunhofer-ISE laat dit zien voor het 2013 in Duitsland. Op de y-as staat de stroomproductie door windturbines in Duitsland die een dag van tevoren verwacht werd en op de x-as de daadwerkelijke productie. Elke groene stip in de grafiek is een uur. Het is duidelijk te zien dat verreweg de meeste stip liggen rond de diagonale lijn in het midden waarop de daadwerkelijke productie gelijk is aan de verwachte productie.

Image

Als je een dag van tevoren weet dat het veel gaat waaien, hoef je minder stroom in te kopen of centrales laten draaien. Als je weet dat het windstil zal zijn, moet je meer inkopen of meer centrales laten draaien.

Voor de liefhebbers: voor veel landen kunt u dagelijks zien hoe de stroomproductie is samengesteld en welke rol windenergie speelt.

De voorspelling van de hoeveelheid windenergie wordt steeds beter zoals hieronder te zien is voor Spanje. De grafiek (uit windenergie technologie roadmap van IEA) laat zien hoe de gemiddelde afwijking tussen voorspelling en de daadwerkelijke windenergieproductie afnam tussen 2008 en 2012. En dat de afwijking in de voorspelling een uur van te voren veel kleiner is dan 1 of 2 dagen vooruit.

Voorspelling windproductie vooraf Spanje IEA

 

 

 

 

 

 

 

Het inpassen van grotere hoeveelheden wind- en zonne-energie vraagt meer flexibiliteit van het energiesysteem. IEA schreef recent een rapport dat laat zien hoe variabele energiebronnen als wind en zon kosteneffectief ingepast kunnen worden. Daarover wellicht een andere keer meer. Voor nu volsta ik ermee dat het een broodje aap is dat alle centrales altijd moeten draaien als achtervang voor windenergie.

Factcheck van Elsevier-artikel over zonnepanelen

In Elsevier van 10 mei 2014 staat een groot artikel van Simon Rozendaal over zonnepanelen (€0,29 bij Blendle) . Mooi dat Elsevier uitpakt met zoveel aandacht voor duurzame energie. Het is wel de moeite waard om een aantal punten uit dat artikel eens tegen het licht te houden. Ik moet u waarschuwen: er blijft weinig van overeind.

Image

[Ik heb bij het schrijven van deze blog mijn voordeel kunnen doen met vele reacties op de tussentijdse versies hier en op twitter. Iedereen veel dank daarvoor. Ik wil in het bijzonder Peter Segaar van Polder PV bedanken voor zijn enorme hoeveelheid tips en verwijzingen naar bronnen en data en Peter Segaar en Henri Bontenbal voor het factchecken van punt 10. Ik hou me aanbevolen voor correcties en aanvullingen]

1. “Zonnecellen kosten de samenleving miljarden”

Stevige stelling in de 1e alinea van het artikel, zeker in combinatie met de ‘sticker’ op de voorpagina ‘Plus: Hoe de samenleving opdraait voor de kosten‘. Het artikel onderbouwt echter op geen enkele manier dat zonne-energie de Nederlandse samenleving miljarden kost. Sterker nog, het meest concrete getal dat er voor Nederland instaat (86 miljoen euro inkomstenderving voor de overheid in 2012), blijkt niet te kloppen, zie punt 2 hieronder.

Simon Rozendaal laat in het artikel van 9 pagina’s eigenlijk vooral zien dat de energiebehoefte in de Nederland of de wereld voorlopig nog niet volledig gedekt kan worden door zonne-energie en dat het veel geld zou kosten als we dat op korte termijn zouden proberen. Dat klopt, maar er is ook vrijwel niemand die beweert dat dat wel mogelijk zou zijn. Laten we eens kijken naar de meest extreme Nederlandse duurzame energiescenario’s die ik ken. In het zeer ambitieuze ‘Energy Revolution scenario’ voor Nederland van Greenpeace wordt in 2020 1,4% van het totale Nederlandse energiegebruik (stroom, warmte en brandstoffen) gedekt door zonne-energie. Zie de grafiek hieronder.

Greenpeace NL energy revolution scenario 2050

Ook het meest extreme nationale duurzame energiescenario –‘Nederland 100% duurzame energie in 2030’ van Urgenda- bevat bij lange na geen pleidooi voor 100% zonne-energie in 2030. Hetzelfde geldt voor alle andere scenario’s over duurzame energie die ik ken. [ik hoor het graag als u voorbeelden kent van organisaties of scenario’s die dat wel doen]

Het enige dat ik kan bedenken dat in de buurt komt van de door Rozendaal bestreden stelling dat we op korte termijn de volledige energiebehoefte van Nederland of de wereld moeten dekken met zonne-energie, is dit plaatje dat op twitter de ronde doet:

oppervlakte zonne-energie nodig om energiegebruik wereld te dekken

Dit plaatje laat zien hoe groot het oppervlakte is waarop evenveel energie van de zon op de aarde komt als er gebruikt wordt door respectievelijk de hele wereld, de EU en Duitsland. Voor zover ik weet stelt niemand serieus dat dit laat zien dat we op korte termijn volledig over kunnen stappen op zonne-energie als onze enige energiebron. Wel dat dit illustreert hoeveel energie de zon op de aarde straalt.

Terug naar de miljarden euro’s. In het artikel wordt wel verwezen naar een schatting van het Fraunhofer-instituut dat in de Europese Unie 10 miljard per jaar naar zonne-energie gaat in de vorm van terugleververgoedingen (in de volksmond ‘subsidie’). Het grootste vermogen aan zonnepanelen staat in Duitsland, dus voor zover het al om miljarden euro’s gaat, worden die vooral opgebracht door de Duitse energiegebruiker en niet de Nederlandse belastingbetaler zoals het artikel lijkt te suggereren (voor meer over de Duitse situatie zie punt 10 en 11 hieronder).

Een ander miljardenbedrag dat in het artikel genoemd wordt is dat het honderden miljarden zou kosten om nieuwe, sterke en ‘slimme’ netten te realiseren in landen met een tamelijk oud net, zoals in de Verenigde Staten. Ook dat gaat dus niet over Nederland en het is overigens de vraag hoe zinnig het is om de kosten van vernieuwen van een verouderd net aan zonne-energie toe te schrijven.

Samengevat kost zonne-energie de Nederlandse samenleving geen miljarden en bestrijdt Rozendaal in het artikel vooral de stelling dat we in korte tijd volledig kunnen overschakelen op zonne-energie als onze enige energiebron. Voor zover ik weet stelt vrijwel niemand dat serieus voor. Daarmee lijkt het erop dat Rozendaal in dit artikel over zonne-energie toch een beetje tegen windmolens vecht.

Conclusie: zonne-energie kost de Nederlandse samenleving geen miljarden

2. “Naar schatting van het Planbureau voor de Leefomgeving liep de overheid in 2012 door zonne-energie 86 miljoen euro belasting mis”

Peter Segaar wees op twitter op een fout in het stuk “Voor niets gaat de zon op” van Nic Vrieselaar dat onderdeel uitmaakt van het grote artikel in de Elsevier van deze week (bij Blendle is dit een los artikel voor €0,29). Daarin staat dat de overheid in 2012 door zonne-energie 86 miljoen euro aan belasting misliep volgens het Planbureau van de Leefomgeving (PBL). Deze uitspraak is waarschijnlijk gebaseerd op een notitie van PBL over lokale klimaatmaatregelen waaronder zonne-energie. In dit rapport staat een schatting van de inkomstenderving door de overheid in 2020 als er 2400 MW aan zonnepanelen zou staan en de belastingregels voor zonne-energie hetzelfde zouden zijn als in 2012.

Eind 2012 was het totale vermogen van zonnepanelen in Nederland naar schatting 365 MW. Dat betekent dat de inkomstenderving voor de overheid in 2012 eerder in de orde van 13 miljoen euro zal zijn geweest dan de door Elsevier genoemde 86 miljoen.

Conclusie:  Het getal van 86 miljoen euro belastingderving in 2012 is incorrect. Laten we het erop houden dat het een onbedoelde verkeerde interpretatie is van de cijfers in de PBL-notitie.

Overigens is het onwaarschijnlijk dat de belastingregels voor zonne-energie in 2020 nog hetzelfde zijn als in 2012. Zoals Elsevier ook schrijft heeft minister Kamp al gezegd dat de ‘salderingsregeling’ in de huidige vorm onhoudbaar is. Aanpassing van de regeling is ook logisch als zonne-energie steeds goedkoper wordt en op grotere schaal toegepast.

De vraag hoe de regeling voor zonne-energie er in de toekomst uit moet zien om overstimulering te voorkomen is uiterst relevant.  Elsevier schrijft terecht dat dit nu onzekerheid oplevert voor wie nu investeert in zonne-energie. Zie ook punt 10 over de Duitse regeling waarvan de hoogte jaarlijks wordt aangepast aan de kostendaling van zonnepanelen.

3. “Zonnepanelen zijn de afgelopen tien jaar meer dan drie keer zo goedkoop geworden”

Simon Rozendaal pleitte er in 2010 in een Elsevier-blog nog voor om in Nederland honderden miljoenen euro’s te investeren in onderzoek naar zonne-energie in plaats van in de bouw van windparken omdat hij meer vertrouwen had in die technologie en geloofde in een sterke kostenreductie.

De prijs van zonnepanelen is de afgelopen periode inderdaad spectaculair gedaald. Interessant genoeg is deze kostendaling waarschijnlijk niet primair veroorzaakt door wetenschappelijk onderzoek, maar juist ook door de subsidie voor zonnepanelen waar Rozendaal zo kritisch over is. Kostenreductie van duurzame energietechnologie kan namelijk niet gerealiseerd worden met alleen wetenschappelijk onderzoek in een laboratorium. Daarnaast is ook toepassing op aanzienlijke schaal nodig om ervaring op te doen en in de praktijk te leren hoe het beter, slimmer en goedkoper kan.

Door de grootschalige stimulering van zonne-energie -vooral in Duitsland- groeide de wereldmarkt voor zonnepanelen de afgelopen jaren met dubbele cijfers. De sterke groei van de markt gaf fabrikanten -zeker ook in China- de mogelijkheid om processen op te schalen en verregaand te automatiseren. De Duitse subsidie (preciezer: terugleververgoeding) voor zonnestroom heeft op deze manier een enorme bijdrage geleverd aan de kostendaling van zonne-energie waar Rozendaal op hoopte.

Bekeken over een langere periode is de kostendaling helemaal indrukwekkend. In de jaren ’70 waren zonnepanelen nog buitengewoon duur. Tussen 1977 en 2013 is de prijs van zonnepanelen per Watt met een factor honderd gedaald, zoals de grafiek hieronder laat zien.

price-of-solar-power-drop-graph

Inmiddels hebben China, Japan én de Verenigde Staten de Duitsers ingehaald wat betreft de hoeveelheid zonnepanelen die er per jaar geïnstalleerd wordt. Nu de prijs van zonne-energie zo sterk gedaald is, wordt het overal op de wereld steeds aantrekkelijker om op grote schaal zonnepanelen te installeren. Zie de grafiek hieronder met de installatie van zonnepanelen per jaar per land.

zonnevermogen wereld 2008-2014

Conclusie: de prijs van zonnepanelen is inderdaad spectaculair gedaald. Over een langere periode zelfs nog veel meer dan een factor 3.

4. “Concurrentiepositie zonnestroom: Vanaf 2030 even goedkoop als fossiel en nucleair”

Het artikel bevat een mooie grafiek waarin te zien is hoe de prijs van zonnestroom zou kunnen dalen van de huidige 8 tot 14,5 cent per kWh in 2013 naar 5,5 tot 9,5 cent per kWh in 2030. Ter vergelijking stat erbij wat de opwekkosten zijn van stroom uit fossiel en nucleair. Die zijn blijven in de grafiek constant op 5 cent per kWh. Dat is ruwweg de stroomprijs op de groothandelsmarkt waarmee de marginale kosten van de stroomproductie (vooral de brandstofkosten) gedekt worden.

Conclusie 1: De bron van de grafiek is helaas weggevallen, maar ik denk dat het een behoorlijke indruk geeft van de mogelijke ontwikkeling in de toekomst. Daarbij is de ontwikkeling van de brandstofprijzen overigens een flinke onzekere factor voor fossiele centrales. Voor kerncentrales maken de brandstofkosten slechts een klein deel uit van de totale kosten en is deze onzekerheid er niet.

Voor nieuwe kerncentrales lijkt de genoemde 5 cent per kWh onrealistisch laag. De Britse regering heeft recent een contract afgesloten voor een nieuwe kerncentrale in Hinkley Point die in 2023 klaar moet zijn. Daarbij garandeert de overheid voor 35 jaar een stroomprijs van £92.50 per MWh (ongeveer 11 eurocent per kWh). De stroomprijs wordt jaarlijks gecompenseerd voor inflatie. De vergoeding voor de stroom wordt daarmee in absolute termen elk jaar 1-2% hoger. 

Conclusie 2: Het is waarschijnlijk dat de zonnestroom de komende jaren per kWh goedkoper is dan stroom uit een nieuwe kerncentrale.

Daarbij merkt Rozendaal terecht op dat er een groot verschil is tussen een kerncentrale die in principe min of meer volcontinu levert en zonnepanelen die alleen stroom produceren als de zon schijnt. Dat maakt dat een vergelijking op pure productiekosten per kWh niet volledig is. Het effect van het moment waarop zonnepanelen stroom produceren komt aan de orde bij punt 13.

5. “Het kan dus best dat het nog wel een jaar of tachtig duurt voor zonne-energie haar prachtige potentie waarmaakt”

Het artikel stelt dat het nog wel 80 jaar kan duren voordat zonne-energie haar potentie waarmaakt. De grote vraag is daarbij wat zonne-energie moet doen om haar potentie waar te maken. De termijn van 80 jaar lijkt gebaseerd op het lange termijn scenario ‘Oceans’ van Shell waarin zonne-energie in 2100 wereldwijd 38% van het totale energiegebruik dekt en daarmee verreweg de grootste energiebron is. Zie de grafiek hieronder uit de laatste Shell scenario studie.

shell 2100 scenario met veel zon

Conclusie 1: Allereerst blijkt uit de tijdlijn in de Shell studie dat in het scenario ‘Oceans’ zonne-energie al rond 2065 de nummer 1 energiebron wordt. Dat is over 50 jaar. En vind ik nogal een indrukwekkende gedachte.

Conclusie 2: Belangrijker is de stelling van Rozendaal dat een energiebron alleen haar potentie waarmaakt als ze de nummer 1 energiebron ter wereld is. Maakt aardgas haar potentie nog niet waar omdat het aandeel van olie en kolen in de wereldwijde energievoorziening groter is? Is er een scenario waarin kernenergie volgens dit criterium (nummer 1 energiebron) haar belofte waarmaakt?

Ik zou zeggen dat zonne-energie haar potentie al behoorlijk waar maakt als het op een bepaalde plek goedkopere stroom levert dan conventionele bronnen. Dat gebeurt het eerste op plaatsen met veel zon en hoge stroomprijzen. Dat gebied wordt steeds groter. En de potentie om stroom te leveren die veel schoner is dan kolen of gas heeft zonne-energie al lang waargemaakt.

Er is niet één energiebron die alleen ons totale energiegebruik kan dekken. We zullen altijd een mix nodig hebben. En die mix zal paar regio verschillen. Het is daarom onzinnig om te zeggen dat een energiebron haar belofte pas waarmaakt als het de nummer 1 bron in de wereld is.

6. “De ‘Zonne-energiefamilie’ bestaat uit bronnen met een zeer laag, respectievelijk extreem laag gemiddeld vermogen per vierkante meter bodemoppervlak. Dat is meteen ook het wezenlijke verschil met een kerncentrale: uranium barst van de energie.”

Conclusie: Dit klopt. De energiedichtheid van fossiele en zeker nucleaire brandstof is vele malen hoger dan van het zonlicht dat op de aarde schijnt. De vraag is echter hoe relevant de energiedichtheid van een energiebron is.

Voor het transport van energie over enige afstand is energiedichtheid van groot belang. Daarom zijn fossiele brandstoffen zo succesvol als energiebron voor auto’s, schepen en vliegtuigen. Voor een energiebron kan het een voordeel zijn als deze een hoge energiedichtheid heeft, bijvoorbeeld om zware industrie of een grote stad van energie te kunnen voorzien. In sommige gevallen kan een energiebron met een lage energiedichtheid die overal beschikbaar is ook een voordeel hebben. Zonne-energie is overal beschikbaar. Zodra je ergens een zonnepaneel neerlegt en de zon schijnt heb je stroom. Interessant om te zien hoe zonnepanelen worden gebruikt op locaties die ver van een stroomnetwerk liggen of lastig aan te sluiten zijn: scheepsboeien in het water, tijdelijke informatieborden langs de weg bij werkzaamheden of vakantie-opladers voor mobiele telefoons. Voor gebieden in de wereld die niet aangesloten zijn op het elektriciteitsnetwerk –en dat zijn er helaas nogal wat- kan zonne-energie de goedkoopste oplossing zijn om energie beschikbaar te maken. En veel schoner dan een walmende kerosinelamp.

Het gebruik van een energiebron met een lage energiedichtheid zoals wind of zon betekent inderdaad dat er aanzienlijke oppervlaktes nodig zijn om grote hoeveelheden energie te ‘vangen’. Als we een groot deel van ons energiegebruik willen dekken uit duurzame energie (let op: ik heb het over alle duurzame energiebronnen, niet alleen zonne-energie, zie ook punt 17) is een groot oppervlakte nodig en zullen we op veel plaatsen zonnepanelen, windmolens en biomassa zien. Dat betekent overigens niet dat dit oppervlakte nergens anders voor te gebruiken is. We constateerden al dat zonnepanelen uitstekend op daken kunnen liggen (hoewel in steeds meer landen ook grote zonne-energiesystemen direct op de grond geplaatst worden). Windmolens staan uitstekend tussen weilanden, langs de snelweg of op een industriegebied en de fundering neemt maar weinig plaats in. En duurzame biomassa voor energiegebruik bestaat bijvoorbeeld uit restproducten van de landbouw of uit een bos. Gebruik van grote oppervlaktes voor duurzame energie betekent volgens mij vooral dat onze energievoorziening zichtbaarder wordt. Een ander aspect van onze energievoorziening is overigens op veel plaatsen al zichtbaar in het landschap in de vorm van hoogspanningsleidingen.

De hoge energiedichtheid van kernenergie is overigens ook een van de nadelen. Kerncentrales draaien bijna altijd zonder grote problemen. Maar als het echt misgaat, zoals in Tsjernobyl en Fukushima, komt er in één keer op een klein oppervlakte een enorme hoeveelheid energie vrij.

Overigens begrijp ik als halve natuurkundige de voorkeur voor hoge energiedichtheden heel goed. Voor een fysicus is het ook mooi om te bedenken dat de zon een gigantische kernfusiereactor is.

7. “Zelfs wie een tamelijk grote tuin heeft en die betegelt met zonnecellen, kan daarmee niet alle benodigde stroom opwekken”

In het artikel van Nic Vrieselaar in hetzelfde nummer van Elsevier staat bijna alle informatie die we nodig hebben voor een klein sommetje om te controleren of dit klopt. Het gemiddelde elektriciteitsgebruik van een Nederlands huishouden is 3340 kWh per jaar. Een standaard zonnepaneel wekt in Nederland per jaar op een goede locatie ongeveer 210 kWh stroom op. Als je dan ook nog weet dat een zonnepaneel ongeveer 1,63 m2 groot is, kun je het volgende uitrekenen: Met 16 zonnepanelen kan in Nederland per jaar het gemiddelde stroomgebruik van een huishouden geproduceerd worden (16 x 210 = 3360 kWh). Zestien zonnepanelen hebben samen een oppervlakte van 26 m2 (16 x 1,63 = 26,08 m2).

Conclusie: Een tuin van 6 bij 4,5 meter vol met zonnepanelen zonder schaduw zou evenveel stroom kunnen produceren als een huishouden per jaar gebruikt. U mag zelf bedenken of u een tuin van 6 bij 4,5 meter tamelijk groot vindt of niet.

Overigens is het betegelen van uw tuin in de meeste gevallen niet de beste opstelling voor zonnepanelen. Zoals verderop in het Elsevier artikel ook staat, zijn juist daken bij uitstek geschikt.

8. “Van alle potentiële vormen van zonne-energie zijn hier voorlopig alleen zonnepanelen geschikt”

Terecht constateert het artikel dat de techniek waarbij zonlicht geconcentreerd wordt met parabolische spiegels (‘concentrated solar power’) in Nederland op dit moment niet geschikt is omdat de intensiteit van het zonlicht hier niet zo hoog is als in Spanje of het Zuiden van de VS waar deze techniek wel wordt toegepast.

Het gebruik van zonnecollectoren voor warm water is in Nederland wel degelijk mogelijk. Voor verwarming is dat niet de meest voor hand liggende oplossing omdat de zon vooral ’s zomers schijnt en we vooral in de winter verwarming nodig hebben. Voor warm tapwater zijn zonnecollectoren ook in Nederland uitermate geschikt. Ik heb een zonnecollector op mijn dak staan en die levert op zonnige dagen 125 liter warm water per dag waar we heerlijk onder kunnen douchen. Warm water in huishoudens, keukens en stallen is maar een klein deel van het totale Nederlandse energiegebruik. Zonnecollectoren kunnen dus maar een kleine bijdrage leveren aan onze energievoorziening. Maar ongeschikt zijn ze niet, zoals ik zelf op elke zonnige dag voel.

Ik loop op zonnige altijd even naar boven om te kijken hoe warm het water van de collector is. Fascinerend om te zien dat de zon op een koude maar zonnige winterdag water kan verwarmen tot een graad of 30. En op de dagen dat er niet voldoende zon is prijs ik me gelukkig met ons aardgas. Want zonder fossiele energie kan ik voorlopig nog niet.

Conclusie: Iets te stellig. In Nederland kunnen zonnepanelen de grootste bijdrage leveren. Ook zonneboilers kunnen een bijdrage leveren in de vorm van warm water productie. Voor geconcentreerde zonne-energie (CSP) is Nederland ongeschikt.

9. “Elektriciteit vormt ook maar een klein deel van de energievoorziening. Willen zonnepanelen ook de rest verzorgen, zoals verwarming en vervoer, dan dient het ganse land te worden overkoepeld.”

Conclusie 1: Simon Rozendaal en ik delen de frustratie dat stroomgebruik en energiegebruik vaak op één hoop gegooid worden. Nogal eens wordt er over (duurzame) energie gepraat en geschreven alsof het alleen over elektriciteit gaat. Alsof warmtevoorziening, (transport)brandstoffen en grondstoffen voor bijvoorbeeld plastics en kunstmest er niet of minder toe doen.

Voor een deel heeft dat er misschien wel mee te maken dat er bij elektriciteitsproductie keuze is uit een flink aantal verschillende bronnen (kolen, olie, gas, kern, zon, wind, waterkracht), terwijl warmte in Nederland voor het grootste deel uit gas komt en olieproducten (benzine, diesel, LPG) vrijwel de enige transportbrandstoffen zijn. Dat is natuurlijk onzin. Ik trek daarom graag samen met Rozendaal ten strijde tegen iedereen die denkt of net doet alsof elektriciteit onze hele energievoorziening is.

Het is ook waar dat onze elektriciteitsproductie waarschijnlijk makkelijker ter vervangen is door duurzame bronnen dan warmteproductie en transportbrandstoffen. Maar ook bij warmte (aardwarmte, biogas) en transportbrandstoffen (biobrandstoffen, biogas, elektriciteit) is veel mogelijk.

Conclusie 2: Ik ben het er niet mee eens dat elektriciteit maar een klein deel van onze energievoorziening is. In Nederland was in 2012 ongeveer 25% van het totale primaire energiegebruik nodig voor elektriciteitsproductie. Dat vind ik geen klein deel.

Laat ik over de zinsnede ‘dan dient het ganse land overkoepeld te worden’ maar niet meer zeggen dan dat het een mooie retorische vondst is.

10. “Wie [in Duitsland] stroom aan het net levert krijgt daar ongeveer 20 tot 30 cent per kilowattuur voor. Dat is meer dan de zonnestroom kost: afhankelijk van de locatie is die in Duitsland gedaald tot 15 à 20 cent.”

Conclusie 1:  (in goed Duits): Quatsch!

Hier slaat Rozendaal de plank flink mis. In Duitsland wordt de (EEG) vergoeding voor zonne-energie elk jaar opnieuw vastgesteld met een verschillend tarief voor verschillende type installaties (afhankelijk van de grootte/capaciteit van de installatie). Op deze manier wordt de vergoeding voor nieuwe systemen steeds aangepast aan de kostendaling. Deze figuur uit een presentatie van PBL laat zien hoe de vergoeding per kWh voor verschillende zonne-energie-installaties de afgelopen 2 jaar is gedaald.

EEG vergoeding zonne-energie categorien 2012-2014

Voor bestaande installaties blijft de vergoeding gelijk. Er zijn dus zoals Rozendaal schrijft inderdaad zonnesystemen die een vergoeding van 20 tot 30 cent per kWh krijgen. Sterker nog: er zijn oudere systemen die een nog hogere vergoeding krijgen. Toen die systemen gebouwd werden waren de kosten zo hoog en de kosten van een systeem gaan niet meer omlaag als het er eenmaal ligt. De Duitsers steunden zonne-energie al toen stroom uit zonnepanelen nog echt duur was. Hieronder grafiek (bron) met daling van de vergoeding vanaf 2004 toen voor kleine systemen op het dak nog meer dan 57 cent per kWh betaald werd.

EEG vergoeding zonne-energie categorien 2004-2012

Zonnepanelen die nu gebouwd worden in Duitsland kunnen zoals Rozendaal schrijft inderdaad stroom leveren voor 15 à 20 cent per kilowattuur. Sterker nog, de grootste systemen (van duizenden zonnepanelen) kunnen het nu voor 9 cent per kilowattuur. Maar deze nieuwe systemen krijgen natuurlijk geen vergoeding meer op het oude hoge niveau. Ze krijgen een vergoeding op het niveau dat voor dat jaar is vastgesteld voor nieuwe installaties.

Conclusie 2: In het Duitse systeem worden de vergoedingen voor zonne-energie steeds aangepast aan de daadwerkelijke kostprijs van zonnestroom. In Nederland wordt zonne-energie vooral gestimuleerd door ‘saldering’. Als u zonnestroom produceert en deze teruglevert aan het net, wordt dit verrekend met uw elektriciteitsverbruik. Daardoor krijgt u voor elke kWh die u aan het net levert ongeveer 22-23 cent per kWh. Zoals Elsevier ook schrijft heeft minister Kamp al gezegd dat de ‘salderingsregeling’ in de huidige vorm op termijn onhoudbaar is. Aanpassing van de regeling is logisch als zonne-energie steeds goedkoper wordt en op grotere schaal toegepast. 

11. “Bij de zogeheten Energiewende worden alle Duitse kerncentrales uitgeschakeld. De gedachte was dat zon en wind deze leemte zouden vullen, maar dat lukt nog niet en dus worden de (schone) Duitse kerncentrales in de praktijk vervangen door (vieze) steenkool en zelfs (smerige) bruinkoolcentrales”

De figuur hieronder uit de eerder genoemde presentatie van PBL laat zien dat sinds 1990 het aandeel kernenergie in de Duitse stroommix flink is afgenomen en het aandeel duurzame energie sterk is gegroeid. In 2013 dekte duurzame energie in de Duitsland bijna 25% van het nationale stroomverbruik.

Duitse stroommix 2000-2012

De laatste paar jaar is in Duitsland het aandeel van gas in de stroomproductie gedaald en het aandeel van bruinkool en steenkool weer iets gestegen. Dit komt onder andere door de lage CO2-prijs en de lage steenkoolprijs. Zie onderstaande grafiek uit The Economist.

Economist German power production 2003-2013

Conclusie: de laatste paar jaar is het aandeel bruin- en steenkool in Duitsland inderdaad weer enigszins gestegen. Het overheersende beeld over de afgelopen 10-20 jaar is echter vooral een enorme groei van het aandeel duurzaam in de elektriciteitsproductie tot bijna 25% in 2013 en een daling van het aandeel kernenergie en kolen.

12. “[..] technieken zoals kernenergie en schaliegas die hebben bewezen dat ze de uitstoot van het broeikasgas CO2 kunnen reduceren”

Conclusie 1: De CO2-uitstoot van kernenergie over de hele levenscyclus is inderdaad aanzienlijk lager dan van fossiele elektriciteitsproductie, zoals de grafiek hieronder laat zien. De grafiek komt uit rapport van IPCC over duurzame energie. Hier een link naar de samenvatting voor beleidsmakers (die volgens mij uitstekend is). Hier het hele rapport voor wie dat liever leest.

IPCC RES CO2 life cycle emissions summary

Conclusie 2: Van schaliegas is veel minder eenduidig dat het reductie van de uitstoot van broeikasgasssen oplevert. Ten eerste is de vraag waarmee je schaliegas vergelijkt. Als het gebruik van ‘gewoon’ aardgas vervangt, dan is de CO2-uitstoot gelijk en is er geen reductie. Als schaliegas in de plaats komt van kolen, dan is er sprake van CO2-reductie. Daarnaast is er flinke discussie over de vraag hoe groot de uitstoot van methaan (CH4) is bij de winning van schaliegas. Methaan is een veel sterker broeikasgas dan CO2. Als er bij de winning van schaliegas een methaanlekkage is van enkele procenten, dan is de uitstoot van broeikasgassen over de levenscyclus van dezelfde orde als van kolen. Het is kortom erg kort door de bocht om te stellen dat schaliegas heeft bewezen uitstoot van broeikasgas te kunnen reduceren.

13. “Zonnecellen wekken immers alleen stroom op als de zon schijnt. Het elektriciteitsverbruik piekt evenwel in de avond wanneer de zon slaapt”

In de winter is het stroomverbruik vaak inderdaad het hoogst aan de eind van de middag als iedereen thuis komt. Die piek is relatief beperkt vergeleken met het stroomgebruik de rest van de dag. Het stroomgebruik is de hele dag fors hoger dan ’s nachts.

Zonnepanelen produceren in onze streken vooral in de zomerperiode veel stroom. In die periode is de stroomvraag gedurende de dag ruwweg constant en neemt begin van de avond af. De onderstaande figuur (afkomstig van de website Agora-Energiewende) illustreert dat voor 14 januari 2014 en 14 mei 2014 in Duitsland (de rode lijn is het stroomgebruik).

duitsland 13 januari en 13 mei 2014

Conclusie: In tegenstelling tot wat Rozendaal schrijft, valt de stroomproductie van zonnepanelen juist samen met de brede piek in het stroomverbruik.

De onderstaande grafiek van de Duitse brancheorganisatie BSW Solar laat juist zien hoe door de grote hoeveelheid zonne-energie de piek in de stroomprijs sterk verlaagd is tussen 2007 (toen er in Duitsland 3.000 MW zonnepanelen lag) en 2013 (toen het gegroeid was naar bijna 30.000 MW).

effect zonnestroom op duitse stroomprijs piek

Zoals ik eerder schreef is er voor Nederland nauwelijks informatie beschikbaar over de samenstelling van de elektriciteitsproductie op dagbasis. Netbeheerder TenneT publiceert wel informatie over het stroomgebruik op dagbasis. Het verloop van het stroomgebruik in Nederland zag er op 14 januari 2014 en 14 mei 2014 ongeveer net zo uit als het patroon in Duitsland.

NL stroomverbruik 14 januari en 14 mei 2014

De onderstaande grafiek voor Duitsland in 2012 van Fraunhofer-ISE laat zien hoe stroom uit zon en wind elkaar op maandbasis kunnen aanvullen: in de zomerperiode meer zonne-energie en in de winterperiode meer windenergie. (voor de zekerheid: daarmee wil ik niet zeggen dat we op korte termijn kunnen overstappen op zon en wind als enige energiebronnen)

Duitsland wind en zon 2012 per maand

14. “Dit haalt dan wel dat charmante aspect van decentrale opwekking -lekker onafhankelijk van het energiebedrijf en de overheid! onderuit. [..] op het moment dat het aandeel zonnestroom over de drempel van 5 procent gaat, zal de burger toch weer bij de gemeenschap moeten aankloppen om zijn stroom op te slaan.”

Ik ben het met Rozendaal eens dat onafhankelijk worden van het elektriciteitsnetwerk moeilijk en voorlopig behoorlijk kostbaar is. Een huis met zonnepanelen levert ’s nachts geen stroom en in Nederland in de winterperiode de hele dag weinig. Opslag van stroom op kleine schaal is voorlopig nog duur. Het is de komende jaren nog veel aantrekkelijker om stroom vanuit het net te gebruiken op het moment dat uw zonnepanelen niet (voldoende) stroom leveren. Volgens mij heeft dat overigens weinig tot niets te maken met de vraag wat het totale aandeel zonnestroom is.

15. “Het stroomnet kan met fossiele en nucleaire stroom tamelijk simpel uit de voeten. [..] Het is lang van te voren bekend wanneer ze stroom leveren en buiten bedrijf zijn. Zon, en wind nog sterker, daarentegen is notoir wispelturig.” 

De stroomproductie van zonne-energie is afhankelijk van het weer. De voorspellingen vooraf over de hoeveelheid stroom die zonnepanelen kunnen leveren worden steeds beter. De onderstaande grafiek van het onvolprezen Fraunhofer-ISE laat dit zien voor het 2013 in Duitsland. Op de y-as staat de stroomproductie uit zonnepanelen in Duitsland die een dag van tevoren verwacht werd en op de x-as de daadwerkelijke productie. Elke gele stip in de grafiek is een uur. Het is duidelijk te zien dat verreweg de meeste stip liggen rond de diagonale lijn in het midden waarop de daadwerkelijke productie gelijk is aan de verwachte productie.

zon duitsland verwacht en daadwerkelijk 2013

Dat het stroomnet tamelijk simpel uit de voeten kan met fossiele en nucleaire stroom is iets te simpel. Vooral kerncentrales en bruinkoolcentrales kunnen maar zeer beperkt op- en afschakelen. Ze kunnen de variaties in de stroomvraag daarom niet volgen. De onderstaande grafiek (uit andere studie van Fraunhofer-ISE) laat zien dat zelfs bij negatieve stroomprijs die soms in Duitsland optreedt, kerncentrales (de rode stippen) en bruinkoolcentrales (bruinkool) doordraaien omdat ze nauwelijks kunnen terugregelen. Kerncentrales draaiden in 2013 bij negatieve stroomprijzen op 70-80% van het totale vermogen en bruinkoolcentrales op ongeveer 60%.

benuttingsgraad duitse centrales versus stroomprijs

Dat betekent dat kernenergie en kolen ook flexibele bronnen of opslag nodig hebben. In sommige landen met veel kernenergie (Frankrijk bijvoorbeeld) wordt gebruik gemaakt van stuwmeren om overtollige energie ’s nachts-als de stroomvraag laag is- op te slaan. Om die energie dan overdag door middel van waterkracht weer beschikbaar te maken. In veel landen staan naast kern- en kolencentrales flinke hoeveelheden gascentrales om snel meer stroom te kunnen leveren als de vraag toeneemt.

Conclusie: Variabele duurzame bronnen als wind en zon hebben een flexibel elektriciteitssysteem nodig. Het is echter te simpel om te stellen dat kernenergie en fossiel dat niet nodig zouden hebben. Vooral kern- en bruinkoolcentrales zijn weinig flexibel en hebben flexibele bronnen nodig om de variatie in de stroomvraag op te vangen.

16. “Wie eerlijk rekent, komt tot de conclusie dat zonnestroom maatschappelijk pas loont als de prijs zakt tot 1 à 2 eurocent per kilowattuur. Dan is zonnestroom met bijbehorende opslag en versnelde netvernieuwing, werkelijk goedkoper dan bijvoorbeeld nucleaire stroom.”

Het is mij onduidelijk waarop deze ‘eerlijke berekening’ gebaseerd is. Het Internationale Energie Agentschap heeft recent een studie gedaan naar de inpassing van hoge percentages variabele duurzame energiebronnen zoals zon en wind. Uit die studie blijkt dat de totale systeemkosten van stroomproductie (inclusief de kosten van de duurzame energie) bij een aandeel van 45% variabele bronnen 40% hoger zijn als het systeem niet wordt aangepast. Als het elektriciteitssysteem wordt aangepast door de vraag naar stroom sterker te laten reageren op het aanbod en de prijs (‘Demand Side Integration’), opslag en een flexibeler productiesysteem stijgen de totale kosten maar 10-15%.

iea cost of integration

Bij punt 4 zagen we dat stroom uit de nieuwe Britse kerncentrale 11 cent per kWh moet gaan kosten (plus inflatiecorrectie), terwijl we bij punt 10 zagen dat grootschalige zonne-energiesystemen in Duitsland nog maar 9 cent per kWh krijgen.

Conclusie: Het lijkt er sterk op dat Rozendaal de inpassingskosten van zonne-energie overschat en/of uitgaat van inpassing zonder het elektriciteitssysteem flexibeler te maken. Het lijkt er sterk op dat stroom uit grootschalige zonne-energiesystemen nu al goedkoper is dan uit een nieuwe kerncentrale zoals die in Engeland gepland is.

17. “Maar dan nog is het een illusie om te denken dat de zon van vandaag op morgen in staat zal zijn om fossiele brandstoffen en kernenergie te vervangen. Dat duurt nog wel een eeuw, als het al gaat lukken.”

Hier is de windmolen waartegen Simon Rozendaal vecht. Bij punt 1 zagen we al dat eigenlijk niemand beweert dat we van vandaag op morgen alle fossiele brandstoffen en kernenergie kunnen vervangen door de zon.

Er zijn wel studies gedaan die kijken naar het omschakelen naar 100% duurzame energie. Bijvoorbeeld The Energy Report van WWF en Ecofys waarin beschreven wordt hoe de hele wereld in 2050 voorzien zou kunnen worden met duurzame energie. Zoals u hieronder kunt zien zet dat rapport niet alleen in op zonne-energie, maar op een breed scala aan duurzame energiebronnen waaronder wind, golf&getijde, aardwarmte, waterkracht en biomassa.

energy vision wwf ecofys energy supply 2000-2050

Er is niet één energiebron die alleen ons totale energiegebruik kan dekken. We zullen altijd een mix nodig hebben. En die mix zal paar regio verschillen. Er is veel gedacht en geschreven over hoe die mix eruit kan zien en in veel landen wordt hard gewerkt aan meer duurzame energie in de mix. Zonne-energie kan daarbij een belangrijke rol spelen. Maar zon kan het inderdaad niet alleen. Maar dat wist u al voordat u het artikel van Simon Rozendaal las.

China en de Verenigde Staten nummer 1 en 2 in duurzame energie?

De vergelijking van de hoeveelheid duurzame energie in verschillende landen is een populair onderwerp. In een factcheck gebruikte ik deze grafiek van landen met het grootste duurzame energievermogen. China en de Verenigde staten zijn de nummer 1 en 2 in dat overzicht. Die landen zijn ook nummer 1 en 2 wat betreft de totale hoeveelheid windenergie.

renewable energy countries 2012 REN

Dat is niet de goede vergelijking, dat moet je per inwoner doen!

De grafiek hierboven riep bij sommigen de kritiek op dat het geen goede vergelijking is en dat je dit per hoofd van de bevolking moet doen. Okay. Maar laten we dan eerst vaststellen dat duurzame energie en windenergie geen Nederlandse of Europese hobbies zijn.

En voordat we verder gaan eerste een quizvraag: Welk land denkt u dat per inwoner meer windvermogen heeft: Nederland of de Verenigde Staten? [niet spieken!]

De wereld windenergie associatie WWEA heeft een mooi overzicht gemaakt over de status van windenergie eind 2012. Daaruit komt deze figuur met de landen in de wereld met de meeste windenergie per inwoner.

wind per capita 2012

Afgezien van een paar eilanden met weinig inwoners (Guadeloupe, Bonaire, Aruba, Falkland Islands) waren op dat moment Denemarken, Spanje, Portugal, Zweden en Duitsland de landen met meeste windenergie per inwoner. De verrassing is [ook voor mij] dat volgens WWEA in de Verenigde Staten en Canada meer windenergie per inwoner staat dan in Nederland.

Niet in de figuur, wel in het rapport: China staat op de 36e plek met 56 Watt windenergie per inwoner. In Nederland staat 142 Watt per inwoner. Dat verschil is een stuk kleiner dan ik had gedacht.

Vergelijk het dan maar per vierkante kilometer….

Voor een dichtbevolkt land als Nederland is het ook zinnig om te kijken naar de hoeveelheid windenergie per vierkante kilometer. Ook daarvan heeft WWEA een overzicht gemaakt.

wind per km2 2012

En ja, per km2 scoort Nederland hoog. Als we de eilanden (Guadeloupe, Aruba, Bonaire) weer even weglaten, stond Nederland eind 2012 volgens WWEA op een 3e plek met 49 kW per km2. Een flink stuk achter Denemarken met 97 kW/km2 en Duitsland met 87 kW/km2. Achter Nederland staan Portugal, Spanje en België die ook tussen de 40 en 50 kW/km2 hebben staan.

China staat in de lijst op de 27e plek met 8 kW per km2 en de Verenigde Staten op de 30e plaats met 6 kW/km2.

Waarschuwing: de hoeveelheid windenergie per km2 landoppervlakte is overigens een minder geschikte maat als het over wind op zee gaat…..

En hoeveel stroom levert het dan op, die windmolens?

De volgende vraag was natuurlijk welk gedeelte van het totale stroomgebruik windenergie dekt in al die landen. Ik haalde al diep adem om de gegevens bij elkaar te gaan zoeken en bewerken, maar gelukkig publiceert het Amerikaanse ministerie van Energie een uitstekend rapport over windenergie technologie. En daar staat het gewoon in, het geschatte aandeel van windenergie in het totale stroomgebruik. Hier de situatie eind 2013.

image

Koploper is Denemarken met meer dan 30%. Daar is het doel om in 2020 (dat is over 6 jaar) 50% van het stroomgebruik met windenergie te produceren. Daarachter komen Spanje, Portugal, Ierland, Roemenie (!), Duitsland, Griekenland (!), Engeland en Zweden. In Nederland komt volgens dit overzicht circa 5% van het stroomgebruik uit windenergie. Dat klopt behoorlijk met de 4,5% die CBS rapporteerde voor 2013. In de Verenigde Staten en India kwam ruim 4% van het stroomgebruik uit windenergie en in China ruim 3%.

En weet u in welke Amerikaanse staat de meeste windenergie staat? [niet spieken!]

WindCapacityMap_byState_2012

Bron: AWEA

In Texas! Daar kwam eind 2012 naar schatting 8% van het stroomgebruik uit windenergie. Ongeveer het dubbele van Nederland.

share of windenergy in US states 2012

Kortom, de verrassingen zijn de wereld nog niet uit!

Hoeveel duurzame elektriciteit wordt er vandaag geproduceerd in Duitsland, Denemarken, Groot-Brittannië, Spanje, Portugal, Italië, Ierland, Bulgarije, Roemenië en Nederland?

– This article is available in English as well-  

In veel Europese landen publiceert de netbeheerder informatie over de samenstelling van de elektriciteitsproductie vandaag en de bijdrage van duurzame energie daaraan.

Duitsland

In Duitsland publiceert EEX elke dag de verwachte stroomproductie van windenergie, zonne-energie en conventionele elektriciteitscentrales. Elk uur wordt de daadwerkelijke productie geactualiseerd (met een paar uur vertraging).

EEX Germany wind and solar example

Agora-Energiewende publiceert vergelijkbare gegevens inclusief de stroomproductie uit biomassa en met waterkracht.

Fraunhofer Germany solar and wind and demand and conventional example

Agora-Energiewende publiceert ook de samenstelling van de conventionele stroomproductie van de vorige dag uitgesplitst naar brandstof (nucleair, steenkool, bruinkool, gas etc.).

Fraunhofer Germany  conventionals example.PNG

Tot slot heeft Fraunhofer een prachtige website waarop al deze informatie bij elkaar gebracht is en u naar hartenlust uw eigen grafieken kunt maken:fraunhofer website

Denemarken

De Deense beheerder van het elektriciteitsnetwerk Energinet.dk publiceert de real-time  stroomproductie uit windenergie, warmtekrachtkoppeling en conventionele centrales in een mooie animatie. De data zijn ook in ruwe vorm beschikbaar.

Energinet Denemarken example actuele stroomproductie

Het bedrijf EMD geeft op hun website op basis van deze gegevens een mooi overzicht van de stroommix, stroomprijs en import&export voor elke gewenste periode. [met dank aan @PaulNeau voor de link]

denmark February 2014

Scandinavië

Voor de Scandinavische landen Zweden, Noorwegen, Finland, Denemarken en Estland worden real time gegevens gepubliceerd over de samenstelling van de elektriciteitsproductie en de import en export van stroom.

Scandinavie 11102013

Voor een aantal landen in de Scandinavische Nordpool regio wordt ook de verwachting van de stroomproductie uit windenergie voor de komende dag gepubliceerd.

Nordpool windvoorspelling

België

De beheerder van het Belgische hoogspanningsnetwerk Elia publiceert gegevens over de verwachtingen en actuele stroomproductie uit wind– en zonne-energie. Voor wind kunnen de gegevens van windmolens op land en windmolens op zee apart bekeken worden. Elia publiceert ook de verwachte samenstelling van de stroomproductie voor de komende dag. Ik heb de indruk dat zonne-energie niet in het overzicht staat en van windenergie maar een deel van het vermogen.

Elia belgie

Groot-Brittannië

In Groot-Brittannië wordt een schat aan informatie over het elektriciteitsgebruik de productie gepubliceerd op een speciale BMRS website. De grafieken op de website zijn nogal traag en gebruikersonvriendelijk maar kennelijk kunnen de gegevens uitgelezen worden door andere websites. Verschillende hobbyisten gebruiken de gegevens van de BMRS websites voor hun eigen overzicht van de actuele stroomproductie in de UK zoals Gridwatch en deze mooie van Stephen Morley.

stephenmorley UK data

Spanje

In Spanje publiceert de beheerder van het hoogspanningsnetwerk REE veel informatie over de actuele stroomproductie op haar website. Het mooiste vind ik het overzicht waarop te zien is hoe de mix van de stroomproductie over de dag verandert. REE publiceert het overzicht zowel in het Engels als Spaans.

Spanje generation mix example

Frankrijk

De Franse netbeheerder RTE heeft een prachtige tool op hun  website (in het Engels..) die real time de stroomproductie per bron laat zien (kernenergie, kolen, gas, waterkracht, wind, zon). [dank aan @PaulNeau voor de link]

France 10-03-2014

RTE publiceert ook een overzicht van de verwachte productie van windenergie en zonne-energie.

Ierland

De Ierse netbeheerder Eirgrid publiceert de verwachte en daadwerkelijke productie van windenergie.

ireland wind forecast and actual example

Eirgrid publiceert gegevens van de productiemix voor elektriciteit per dag, week en maand.

ireland fuelmix example

Oostenrijk

De Oostenrijkse netbeheerder APG publiceert de actuele stroomproductie per bron (incl. wind, zon, biomassa etc.).

Oostenrijk productiemix actueel example

De Oostenrijkse netbeheerder publiceert ook een voorspelling van de productie van wind- en zonne-energie voor de volgende dag.

Oostenrijk forecast wind en zon example

Bulgarije

De Bulgaarse netbeheerder publiceert real time data over de elektriciteitsproductie per bron op de website. De tekst is in het Bulgaars. Ik heb de informatie nog niet gevonden op de Engelse versie van de website. [Dank aan Dimitar Mirchev voor de link]

bulgarije 21-3-2014

Roemenië

De Roemeense netbeheerder Transelectrica publiceert op haar website actuele gegevens over de samenstelling van de stroomproductie. De website heeft ook een pagina waar de stroomproductie van alle energiebronnen voor een periode naar keuze wordt weergegeven.

roemenie 21-3-2014 24 uur

Portugal

Samenstelling van elektriciteitsproductie inclusief bijdrage van duurzame energiebronnen (loopt 2-3 dagen achter).

Portugal productiemix example.PNG

Italië

http://www.terna.it/default/Home/SISTEMA_ELETTRICO/transparency_report.aspx

Wind en zon [informatie lijkt alleen als spreadsheets met tabellen gepubliceerd te worden] http://www.terna.it/default/Home/SISTEMA_ELETTRICO/transparency_report/Generation/Forecast_generation_wind.aspx

Californië

Samenstelling van de elektriciteitsproductie en de bijdrage van duurzame energiebronnen de vorige dag.

california prod mix exampe.PNG

Nederland

Voor cijfers over Nederland, zie deze blog.

Windenergie

De Europese brancheorganisatie voor windenergie Wind Europe heeft op haar website een tool waarop voor de vorige dag te zien is hoeveel windenergie er naar schatting geproduceerd werd.

wind europe wind productie example.PNG

Productiemix per land

Deze website heeft een mooie kaart met een inschatting van de actuele CO2-uitstoot per kWh geproduceerde elektriciteit per land in Europa. Die is gebaseerd op de productiemix van de elektriciteit voor elk land. De website gebruikt daarvoor de gegevens van ENTSO-E. Voor Nederland heeft ENTSO-E helaas geen betrouwbare actuele cijfers.

electricity map example.PNGDe website heeft ook een overzicht met websites met informatie over actuele elektriciteitsproductie per land.