Column Ronald Plasterk: mooi verhaal over Scheveningse vissers en veel onzin over windenergie op zee

Ronald Plasterk schreef gisteren in zijn column in De Telegraaf (betaalmuur) een mooi verhaal over Scheveningse vissers en een boel onzin over windenergie op zee. Hieronder een aantal uitspraken over windenergie op zee uit de column (in cursief) en daaronder wat ik van dat onderwerp weet. In algemene zin kan ik de website windopzee.nl van de Rijksoverheid aanraden voor feitelijke informatie over windenergie op zee in Nederland. Ik heb hieronder een aantal illustraties van die website gebruikt.

‘een heel slecht idee is het vol zetten van de Noordzee met windmolens.’
=>Bij de huidige plannen voor 2030 beslaan windparken op zee dan 2,8% van het Nederlandse deel van de Noordzee
. Op die 2,8% van het Nederlandse deel van de Noordzee leveren windparken op zee in 2030 naar verwachting circa. 35% van de totale elektriciteitsproductie in Nederland.

ruimtebeslag windenergie op zee NL tm 2030

Er wordt ook al nagedacht over het klimaat- en energiebeleid voor ná 2030 en het lijkt erop dat de rol van windenergie op zee na 2030 mogelijk nog groter wordt. Het Planbureau van de Leefomgeving heeft scenario’s gemaakt voor windenergie op zee tot 2050. In die 4 scenario’s varieert de hoeveelheid windenergie op zee in 2050 van 12 GW tot 60 GW. Bij 60 GW zal het totale oppervlak circa 6.600 km2 beslaan. Dat is ca. 12 procent van het Nederlandse deel van de Noordzee. Dat betekent niet dat de hele Noordzee vol staat, maar het is wel een groot oppervlakte. Er wordt daarom gewerkt aan het mogelijk maken van andere activiteiten binnen de windparken op zee (zogenaamd ‘medegebruik‘). Windturbines op zee komen steeds verder uit elkaar te staan omdat ze groter worden en voldoende afstand van elkaar moeten hebben om voldoende wind te ‘vangen’. De huidige windturbines staan ongeveer 1 km uit elkaar en er is daardoor veel ruimte tussen de windturbines die in principe voor andere activiteiten gebruikt kan worden.

minimale_ruimte_tussen_windturbines

 

 ‘Daar komt bij dat die windmolens niet het eeuwige leven hebben’

=>Dat klopt (zoals eigenlijk niets het eeuwige leven heeft…). De huidige windparken op zee worden ontworpen voor een levensduur van 25 jaar. Wellicht doelt Plasterk op het verhaal dat windturbines op zee niet lang meegaan en de productie snel daalt door slijtage. Dat is niet het geval, zie deze blog die ik eerder schreef. Sterker nog, windturbines op zee gaan zo lang mee, dat de Minister heeft voorgesteld om de wet zo te wijzigen dat het mogelijk wordt de vergunningen voor windparken op zee met 10 jaar te verlengen.

‘…,dat het energie kost om ze [windturbines] te maken’
=>Ja, het produceren van windturbines kost energie. Over de hele levenscyclus is de hoeveelheid fossiele energie die nodig is echter vele malen kleiner dan voor fossiele elektriciteit. Zie onderstaande grafiek gebaseerd op dit wetenschappelijke artikel. Misschien nog relevanter: het fossiele energiegebruik en de uitstoot van broeikasgassen van windenergie is over hele levenscyclus net zo hoog (of eigenlijk: laag) als van kernenergie waar Plasterk vorige week voor pleitte. Zie de figuur hieronder.

Co2 footprint zon wind fossiel LCA

‘en op den duur [de windturbines] weer netjes te slopen’
=>Zeker, het is belangrijk dat installaties aan het eind van hun levensduur netjes worden opgeruimd. De eigenaar van een windpark op zee moet daarom al bij de bouw een bankgarantie stellen voor de ontmanteling aan het einde van de levensduur (zie bijvoorbeeld voorschrift 7 in het kavelbesluit voor het windpark Hollandse Kust (noord)). De materialen in windturbines kunnen aan het einde van hun levensduur voor 85% tot 90% worden hergebruikt. Windturbinebladen (de wieken) vormen nog wel een specifieke uitdaging. Gelukkig wordt ook daarvoor aan verschillende oplossingen gewerkt, waaronder deze.

‘en dat het duur is om de bron van stroom in open zee te hebben staan.’
=>Klopt, aansluiten op het stroomnetwerk is duurder voor windturbines op zee dan voor installaties op land. Daar staat tegenover dat windturbines er meer stroom produceren omdat het er harder waait.

‘Kortom, op zich al genoeg redenen om subsidies en steun voor windenergie te stoppen.’
=>Er is geen subsidie meer voor windparken op zee. De windparken Hollandse Kust 1 t/m 4 worden door Vattenfall gebouwd en geëxploiteerd zonder subsidie. En vorige week bleek dat meerdere partijen bereid zijn het windpark Hollandse Kust (noord) te bouwen en exploiteren zonder subsidie. De aanleg van het netwerk op zee is wel te zien als steun (of zo u wil: subsidie) voor windparken op zee. Zie de grafiek hieronder uit een rapport van de Algemene Rekenkamer.

kostendaling wind op zee in nl volgens rekenkamer 2018

Plasterk citeert beroepsvissers: ‘Het is onmogelijk te vissen tussen de windmolens’
=>Dat klopt. Binnen windparken is bodemberoerende visserij verboden . Het verlies van visgronden door de aanleg van windparken is daarom reëel en hoe daarmee omgegaan moet worden is dan ook een van de belangrijke punten in het Noordzeeakkoord.

Voor meer informatie over de visie van de visserijsector op windparken op zee, zie bijvoorbeeld hier op de website van brancheorganisatie VisNed. En hier voor cijfers over de visserij van de universiteit Wageningen, waaruit ik dit citaat overneem over de stand van zaken in de sector: ‘Ingrijpende ontwikkelingen in de nabije toekomst zorgen voor veel onzekerheid in de visserijsector. Vissers maken zich op voor een storm aan beperkende maatregelen zoals de naderende Brexit, verbod op de pulsvisserij, aanlandplicht, natuurgebieden en aanleg van windmolenparken.’

‘het is treurig dat er bij de overhaaste plannen voor groene energie zo weinig is stilgestaan bij de gevolgen van windmolens op zee’
=>Uhm, ‘overhaast’ en ‘zo weinig stilgestaan bij de gevolgen’?? Nee en Nee. Heeft u even?

‘Overhaaste plannen’

=>Eerst ‘overhaast’. In 1997 start het denken over een offshore windpark in Nederland met een haalbaarheidsstudie. De locatie is door middel van een milieueffectrapportage (LocatieMER) geselecteerd en in een Planologische Kernbeslissing (PKB) ruimtelijk vastgelegd. In het voorjaar van 2002 is NoordzeeWind (Shell+Nuon) geselecteerd als winnende partij voor dit demonstratiewindpark Egmond aan Zee (OWEZ). Het windpark is in 2007 geopend. Het eerste windpark op zee in Nederland. Omdat het een demonstratieproject is, wordt er een uitgebreid onderzoeksprogramma gekoppeld aan dit windpark. Naar alle denkbare effecten wordt onderzoek gedaan en gepubliceerd in tientallen rapporten. Niet echt ‘overhaast’ dus, de start van windenergie op zee in Nederland, met een demonstratieproject met een uitgebreid monitorings- en onderzoeksprogramma. Voor de liefhebbers: hier een wetenschappelijk artikel met samenvatting resultaten van het ecologische onderzoek bij OWEZ.

Dan de besluitvorming over de windparken op zee die nu gepland zijn. Die besluitvorming begon al in 2009 (!).

  • In 2009 wees de Rijksoverheid de gebieden ‘Borssele’ en ‘IJmuiden Ver’ aan voor windenergie op zee. Daarbij werd ook samenhang met ander gebruik van de zee in kaart gebracht, inclusief visserij.
  • Het Kabinet Rutte-2 (waarin Plasterk minister van BZK was) stelde in het Regeerakkoord in 2012 een ambitieus doel voor 16% duurzame energie in 2020 en kondigde aan dat windenergie op zee daarin een rol zou spelen.
  • In 2013 werd het Energieakkoord gesloten met daarin doel van 3450 MW extra windenergie op zee in 2023.
  • In 2014/2016 werden de gebieden ‘Hollandse Kust’ en ‘Ten noorden van de Waddeneilanden’ aangewezen voor windenergie op zee.

De aanwijzing van gebieden voor windenergie op zee gebeurt in zogenaamde ‘nationale waterplannen’. Die volgen de procedure van een rijksstructuurvisie. Ik zou dat haast het tegendeel van ‘overhaast’ willen noemen met een duur van 2,5-3 jaar. Ik denk dat het beeld over de manier waarop de plannen voor windenergie op zee tot stand kwamen inmiddels wel duidelijk is (en dit is eerlijk gezegd niet meer dan een bloemlezing).

Misschien nog dit: pas na het succes van de eerste tenders voor werd besloten een nieuwe doelstelling voor wind op zee t/m 2030 te formuleren. In de Kamerbrief daarover uit 2018 ook aandacht v/d belangenafweging t.o.v. andere functies, waaronder visserij.

‘zo weinig stilgestaan bij de gevolgen’
1) Zoals gezegd werd het eerste windpark op zee in NL gebouwd in 2006 (OWEZ) en was er een uitgebreid onderzoeksprogramma naar de (ecologische) effecten aan gekoppeld .

2) De aanwijzingen van gebieden voor windenergie op zee gebeurt zoals gezegd met zware procedure van een ‘rijksstructuurvisie’. Zie hier bijvoorbeeld de stapel onderzoeken en documenten die de Tweede Kamer kreeg bij de ‘Rijksstructuurvisie Windenergie op zee’ in 2014. Onderdeel van onderzoek voor een rijksstructuurvisie is een uitgebreide milieueffectrapportage (plan-MER). Voor aanwijzing gebied ‘Hollandse Kust’ voor windenergie 204 pagina’s over de gevolgen van windparken op zee aldaar

3) Elk windpark op zee krijgt zijn eigen ‘kavelbesluit’ waarin alle voorschriften staan waaraan moet worden voldaan. Onderdeel van de procedure daarvoor is een milieu-effectrapportage en mogelijkheid voor belanghebbenden om een ‘zienswijze’ in te dienen De milieueffectrapportage voor windpark Borssele 1&2 (het park dat ik het beste ken) is inclusief bijlages 1117 (!) pagina’s. Ik vind dat eerlijk gezegd eerder teveel dan te weinig.

4) Er loopt een het meerjarige ecologisch onderzoeksprogramma naar de gevolgen van windenergie op zee: het Windenergie Op Zee Ecologisch Programma (Wozep).

Tot slot

Afsluitend: de bouw van windparken op zee is ingrijpend voor vissers want die gebieden worden gesloten voor bodemberoerende visserij. Ik zou zeggen dat een columnist daar uitstekend aandacht aan kan geven zonder zulke onzin te verkondigen over windenergie op zee.